title
stringlengths 3
151
| lang
stringclasses 1
value | source_name
stringclasses 1
value | format
stringclasses 1
value | category
stringclasses 1
value | cefr_level
stringclasses 12
values | license
stringclasses 1
value | text
stringlengths 133
2.83k
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Beenverbindingen
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beenverbindingen
Botten kunnen op verschillende manieren met elkaar verbonden zijn. Er zijn vier soorten beenverbindingen:
Vergroeide botten: Onderaan de rug, aan het uiteinde van de wervelkolom, zit het heiligbeen. Het heiligbeen bestaat uit vergroeide botten.
Naadverbindingen:
De schedel is een dichte doos. De botten zitten met naden aan elkaar vast. Een naadverbinding is stevig.
Kraakbeenverbindingen: Tussen de wervels zitten kraakbeen-schijven. Hierdoor is de rug geen starre pijp, maar kan hij soepel bewegen.
Verbindingen door gewrichten: De botverbindingen die bewegingen mogelijk maken, zijn verbindingen met gewrichten.
Gewrichten
Een gewricht bestaat uit twee losse botten. Een deel is de gewrichtskom, het andere de gewrichtskogel. Beide onderdelen zijn bedekt door een laagje kraakbeen. Dat kraakbeenlaagje beschermt de botten tegen slijtage en zorgt ervoor dat de botten soepel kunnen bewegen.
De botten zitten met een gewrichtskapsel aan elkaar vast. In het gewricht zit gewrichtssmeer. Daardoor kan het gewricht soepel bewegen. Sommige gewrichten hebben ook nog stevige kapselbanden om het gewricht op de plaats te houden.
Er zijn verschillende typen gewrichten:
kogelgewricht
scharniergewricht
rolgewricht
Typen gewrichten
Bij de schouder vind je een kogelgewricht.
Je kunt met dat gewricht alle kanten opdraaien.
Bij een rolgewricht kan het ene botstuk om het andere draaien.
Een scharniergewricht kan buigen en strekken.
|
Begin staatsvorming en centralisatie
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Inleiding - Begin staatsvorming en centralisatie
Karel V
In de periode 1000 – 1500 begon het proces van staatsvorming gestalte te krijgen. Er ontstonden aangesloten gebieden waar het bestuur zich op last van de vorst steeds meer centraliseerde.
Het recht van de sterkste maakte zo plaats voor wettelijk vastgestelde regels waar ingezeten zich aan moesten houden. Het proces van staatsvorming en centralisatie wordt goed geïllustreerd door de geschiedenis van de Bourgondische hertogen.
Filips de Stoute
Door een handige huwelijkspolitiek kreeg Filips de Stoute (betekent ‘de moedige’) die de Bourgondische landen van zijn vader te leen had gekregen, het voor elkaar een huwelijk te sluiten met Margareta van Male, erfgename van welvarende graafschappen in Vlaanderen.
Door dit huwelijk werden Vlaanderen en de Bourgondische landen aan elkaar verbonden en kwam Vlaanderen binnen bereik van de Franse Kroon. Filips de Stoute beheerde de gebieden als regent namens Frankrijk. Door het voeren van een handige huwelijkspolitiek voor zijn kinderen wist hij in snel tempo zijn gebied en zijn invloed uit te breiden.
Hij liet in zijn leven geen kans onbenut om zijn invloed en macht uit te breiden. Vooral toen in 1380 zijn oudste broer, koning Karel V van Frankrijk overleed, ontstond er een langdurige machtsstrijd aan het Franse hof waarin Filips de Stoute zich graag en uitgebreid in roerde.
|
Begin staatsvorming en centralisatie
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Inleiding - Begin staatsvorming en centralisatie
Karel V
In de periode 1000 – 1500 begon het proces van staatsvorming gestalte te krijgen. Er ontstonden aangesloten gebieden waar het bestuur zich op last van de vorst steeds meer centraliseerde.
Het recht van de sterkste maakte zo plaats voor wettelijk vastgestelde regels waar ingezeten zich aan moesten houden. Het proces van staatsvorming en centralisatie wordt goed geïllustreerd door de geschiedenis van de Bourgondische hertogen.
Filips de Stoute
Door een handige huwelijkspolitiek kreeg Filips de Stoute (betekent ‘de moedige’) die de Bourgondische landen van zijn vader te leen had gekregen, het voor elkaar een huwelijk te sluiten met Margareta van Male, erfgename van welvarende graafschappen in Vlaanderen.
Door dit huwelijk werden Vlaanderen en de Bourgondische landen aan elkaar verbonden en kwam Vlaanderen binnen bereik van de Franse Kroon. Filips de Stoute beheerde de gebieden als regent namens Frankrijk. Door het voeren van een handige huwelijkspolitiek voor zijn kinderen wist hij in snel tempo zijn gebied en zijn invloed uit te breiden.
Hij liet in zijn leven geen kans onbenut om zijn invloed en macht uit te breiden. Vooral toen in 1380 zijn oudste broer, koning Karel V van Frankrijk overleed, ontstond er een langdurige machtsstrijd aan het Franse hof waarin Filips de Stoute zich graag en uitgebreid in roerde.
|
Begin staatsvorming en centralisatie
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Inleiding - Begin staatsvorming en centralisatie
Karel V
In de periode 1000 – 1500 begon het proces van staatsvorming gestalte te krijgen. Er ontstonden aangesloten gebieden waar het bestuur zich op last van de vorst steeds meer centraliseerde.
Het recht van de sterkste maakte zo plaats voor wettelijk vastgestelde regels waar ingezeten zich aan moesten houden. Het proces van staatsvorming en centralisatie wordt goed geïllustreerd door de geschiedenis van de Bourgondische hertogen.
Filips de Stoute
Door een handige huwelijkspolitiek kreeg Filips de Stoute (betekent ‘de moedige’) die de Bourgondische landen van zijn vader te leen had gekregen, het voor elkaar een huwelijk te sluiten met Margareta van Male, erfgename van welvarende graafschappen in Vlaanderen.
Door dit huwelijk werden Vlaanderen en de Bourgondische landen aan elkaar verbonden en kwam Vlaanderen binnen bereik van de Franse Kroon. Filips de Stoute beheerde de gebieden als regent namens Frankrijk. Door het voeren van een handige huwelijkspolitiek voor zijn kinderen wist hij in snel tempo zijn gebied en zijn invloed uit te breiden.
Hij liet in zijn leven geen kans onbenut om zijn invloed en macht uit te breiden. Vooral toen in 1380 zijn oudste broer, koning Karel V van Frankrijk overleed, ontstond er een langdurige machtsstrijd aan het Franse hof waarin Filips de Stoute zich graag en uitgebreid in roerde.
|
Begin van europese overzeese expansie
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Inleiding - Begin van Europese overzeese expansie
Aan het begin van de 15e eeuw was de wereld buiten Europa nog praktisch onbekend terrein. Van Afrika was alleen de noordkust verkend door de Portugezen.
Portugezen en Spanjaarden maakten in de 15e eeuw ontdekkingsreizen. De westkust van Afrika werd in zuidelijke richting verkend om een doorgang te vinden naar winstgevende handelsgebieden in Azië.
Uitvindingen
Een aantal technische uitvindingen in de tweede helft van de 15e eeuw maakte het makkelijker om op zee je plaats te bepalen.
Er kwamen betere schepen, betere en meer gedetailleerde kaarten en betere navigatie-instrumenten.
Het werd mogelijk om de wereld in kaart te brengen. Naast een goede technische uitrusting was er natuurlijk moed nodig om het onbekende tegemoet te treden.
Klik verder om enkele van deze uitvindingen te bekijken:
Astrolabium en kwadrant
Op dit schilderij zie je Arabische werknemers van de sterrenwacht in Istanbul. Twee waarnemers werken met een astrolabium.
Met het astrolabium werd de stand van hemellichamen aan land nauwkeurig gemeten. Tijdens ontdekkingsreizen werd het bij het bereiken van een onbekende kust gebruikt om de breedtegraad te berekenen.
Het instrument was al een oude uitvinding maar kwam pas in de 12e eeuw via de Arabieren naar Europa.
Het kwadrant was een navigatie-instrument waarmee zeevaarders ook 's nachts de positie van hun schip konden bepalen.
Sextant en kompas
Met de sextant kon de hoogte van een hemellichaam worden bepaald.
|
Begin van europese overzeese expansie
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Inleiding - Begin van Europese overzeese expansie
Aan het begin van de 15e eeuw was de wereld buiten Europa nog praktisch onbekend terrein. Van Afrika was alleen de noordkust verkend door de Portugezen.
Portugezen en Spanjaarden maakten in de 15e eeuw ontdekkingsreizen. De westkust van Afrika werd in zuidelijke richting verkend om een doorgang te vinden naar winstgevende handelsgebieden in Azië.
Uitvindingen
Een aantal technische uitvindingen in de tweede helft van de 15e eeuw maakte het makkelijker om op zee je plaats te bepalen.
Er kwamen betere schepen, betere en meer gedetailleerde kaarten en betere navigatie-instrumenten.
Het werd mogelijk om de wereld in kaart te brengen. Naast een goede technische uitrusting was er natuurlijk moed nodig om het onbekende tegemoet te treden.
Klik verder om enkele van deze uitvindingen te bekijken:
Astrolabium en kwadrant
Op dit schilderij zie je Arabische werknemers van de sterrenwacht in Istanbul. Twee waarnemers werken met een astrolabium.
Met het astrolabium werd de stand van hemellichamen aan land nauwkeurig gemeten. Tijdens ontdekkingsreizen werd het bij het bereiken van een onbekende kust gebruikt om de breedtegraad te berekenen.
Het instrument was al een oude uitvinding maar kwam pas in de 12e eeuw via de Arabieren naar Europa.
Het kwadrant was een navigatie-instrument waarmee zeevaarders ook 's nachts de positie van hun schip konden bepalen.
Sextant en kompas
Met de sextant kon de hoogte van een hemellichaam worden bepaald.
|
Begin van europese overzeese expansie
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Inleiding - Begin van Europese overzeese expansie
Aan het begin van de 15e eeuw was de wereld buiten Europa nog praktisch onbekend terrein. Van Afrika was alleen de noordkust verkend door de Portugezen.
Portugezen en Spanjaarden maakten in de 15e eeuw ontdekkingsreizen. De westkust van Afrika werd in zuidelijke richting verkend om een doorgang te vinden naar winstgevende handelsgebieden in Azië.
Uitvindingen
Een aantal technische uitvindingen in de tweede helft van de 15e eeuw maakte het makkelijker om op zee je plaats te bepalen.
Er kwamen betere schepen, betere en meer gedetailleerde kaarten en betere navigatie-instrumenten.
Het werd mogelijk om de wereld in kaart te brengen. Naast een goede technische uitrusting was er natuurlijk moed nodig om het onbekende tegemoet te treden.
Klik verder om enkele van deze uitvindingen te bekijken:
Astrolabium en kwadrant
Op dit schilderij zie je Arabische werknemers van de sterrenwacht in Istanbul. Twee waarnemers werken met een astrolabium.
Met het astrolabium werd de stand van hemellichamen aan land nauwkeurig gemeten. Tijdens ontdekkingsreizen werd het bij het bereiken van een onbekende kust gebruikt om de breedtegraad te berekenen.
Het instrument was al een oude uitvinding maar kwam pas in de 12e eeuw via de Arabieren naar Europa.
Het kwadrant was een navigatie-instrument waarmee zeevaarders ook 's nachts de positie van hun schip konden bepalen.
Sextant en kompas
Met de sextant kon de hoogte van een hemellichaam worden bepaald.
|
Beginnen over het einde
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beginnen over het einde - Henk Blanken
'Een helder en moedig onderzoek naar hoe we leven en hoe we sterven, diep doordacht en diep doorvoeld.'
- Nicci Gerrard
Nergens ga je zo prettig dood als in Nederland. Behalve als je dement bent.
Want ook al mag het van de wet, geen arts helpt je bij het sterven als je niet meer begrijpt wat er gebeurt.
Waarom is euthanasie bij dementie zo moeilijk? En hoe kan het wél? In Beginnen over het einde vindt Henk Blanken een uitweg.
- Verschenen op 22 oktober 2019
- 232 pagina's
- Beschikbaar als paperback (geen verzendkosten in Nederland), e-book en audioboek (voorgelezen door Lex Bohlmeijer)
|
Beginnen over het einde
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beginnen over het einde - Henk Blanken
'Een helder en moedig onderzoek naar hoe we leven en hoe we sterven, diep doordacht en diep doorvoeld.'
- Nicci Gerrard
Nergens ga je zo prettig dood als in Nederland. Behalve als je dement bent.
Want ook al mag het van de wet, geen arts helpt je bij het sterven als je niet meer begrijpt wat er gebeurt.
Waarom is euthanasie bij dementie zo moeilijk? En hoe kan het wél? In Beginnen over het einde vindt Henk Blanken een uitweg.
- Verschenen op 22 oktober 2019
- 232 pagina's
- Beschikbaar als paperback (geen verzendkosten in Nederland), e-book en audioboek (voorgelezen door Lex Bohlmeijer)
|
Beginnen over het einde
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beginnen over het einde - Henk Blanken
'Een helder en moedig onderzoek naar hoe we leven en hoe we sterven, diep doordacht en diep doorvoeld.'
- Nicci Gerrard
Nergens ga je zo prettig dood als in Nederland. Behalve als je dement bent.
Want ook al mag het van de wet, geen arts helpt je bij het sterven als je niet meer begrijpt wat er gebeurt.
Waarom is euthanasie bij dementie zo moeilijk? En hoe kan het wél? In Beginnen over het einde vindt Henk Blanken een uitweg.
- Verschenen op 22 oktober 2019
- 232 pagina's
- Beschikbaar als paperback (geen verzendkosten in Nederland), e-book en audioboek (voorgelezen door Lex Bohlmeijer)
|
Beheer van elektriciteitsmarkt
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beginselen inzake het beheer van elektriciteitsmarkten
De lidstaten, de regulerende instanties, de transmissiesysteembeheerders, de distributiesysteembeheerders, de marktbeheerders en de gedelegeerde beheerders waarborgen dat de elektriciteitsmarkten in overeenstemming met de volgende beginselen worden beheerd:
a) prijsvorming vindt plaats op basis van vraag en aanbod;
b) de marktvoorschriften moedigen de vrije prijsvorming aan en vermijden acties waardoor prijsvorming op basis van vraag en aanbod wordt tegengegaan;
c) de marktvoorschriften vergemakkelijken de ontwikkeling van meer flexibele productie, duurzame koolstofarme productie en meer flexibele vraag;
d) eindafnemers worden in staat gesteld te profiteren van de mogelijkheden die de markt biedt en van scherpere concurrentie op de retailmarkten, en krijgen de mogelijkheid om als marktdeelnemers op te treden op de energiemarkt en bij de energietransitie;
e) eindafnemers en kleine bedrijven worden in staat gesteld aan de markt deel te nemen door middel van de aggregatie van productie door meerdere elektriciteitsproductie-installaties of belasting door meerdere vraagresponsinstallaties, waardoor kan worden voorzien in gezamenlijke aanbiedingen op de elektriciteitsmarkt en gezamenlijk beheer in het elektriciteitssysteem kan plaatsvinden, in overeenstemming met het mededingingsrecht van de Unie;
f) de marktvoorschriften maken de decarbonisatie van het elektriciteitssysteem en daarmee van de economie mogelijk, onder meer door de integratie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen mogelijk wordt gemaakt en prikkels voor energie-efficiëntie worden geboden;
g) de marktvoorschriften zorgen voor passende investeringsprikkels voor productie, in het bijzonder langetermijninvesteringen voor een koolstofvrij en duurzaam elektriciteitssysteem, energieopslag, energie-efficiëntie, en zorgen voor vraagrespons, waardoor aan de behoeften van de markt tegemoet wordt gekomen,
|
Beheer van elektriciteitsmarkt
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beginselen inzake het beheer van elektriciteitsmarkten
De lidstaten, de regulerende instanties, de transmissiesysteembeheerders, de distributiesysteembeheerders, de marktbeheerders en de gedelegeerde beheerders waarborgen dat de elektriciteitsmarkten in overeenstemming met de volgende beginselen worden beheerd:
a) prijsvorming vindt plaats op basis van vraag en aanbod;
b) de marktvoorschriften moedigen de vrije prijsvorming aan en vermijden acties waardoor prijsvorming op basis van vraag en aanbod wordt tegengegaan;
c) de marktvoorschriften vergemakkelijken de ontwikkeling van meer flexibele productie, duurzame koolstofarme productie en meer flexibele vraag;
d) eindafnemers worden in staat gesteld te profiteren van de mogelijkheden die de markt biedt en van scherpere concurrentie op de retailmarkten, en krijgen de mogelijkheid om als marktdeelnemers op te treden op de energiemarkt en bij de energietransitie;
e) eindafnemers en kleine bedrijven worden in staat gesteld aan de markt deel te nemen door middel van de aggregatie van productie door meerdere elektriciteitsproductie-installaties of belasting door meerdere vraagresponsinstallaties, waardoor kan worden voorzien in gezamenlijke aanbiedingen op de elektriciteitsmarkt en gezamenlijk beheer in het elektriciteitssysteem kan plaatsvinden, in overeenstemming met het mededingingsrecht van de Unie;
f) de marktvoorschriften maken de decarbonisatie van het elektriciteitssysteem en daarmee van de economie mogelijk, onder meer door de integratie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen mogelijk wordt gemaakt en prikkels voor energie-efficiëntie worden geboden;
g) de marktvoorschriften zorgen voor passende investeringsprikkels voor productie, in het bijzonder langetermijninvesteringen voor een koolstofvrij en duurzaam elektriciteitssysteem, energieopslag, energie-efficiëntie, en zorgen voor vraagrespons, waardoor aan de behoeften van de markt tegemoet wordt gekomen,
|
Beheer van elektriciteitsmarkt
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beginselen inzake het beheer van elektriciteitsmarkten
De lidstaten, de regulerende instanties, de transmissiesysteembeheerders, de distributiesysteembeheerders, de marktbeheerders en de gedelegeerde beheerders waarborgen dat de elektriciteitsmarkten in overeenstemming met de volgende beginselen worden beheerd:
a) prijsvorming vindt plaats op basis van vraag en aanbod;
b) de marktvoorschriften moedigen de vrije prijsvorming aan en vermijden acties waardoor prijsvorming op basis van vraag en aanbod wordt tegengegaan;
c) de marktvoorschriften vergemakkelijken de ontwikkeling van meer flexibele productie, duurzame koolstofarme productie en meer flexibele vraag;
d) eindafnemers worden in staat gesteld te profiteren van de mogelijkheden die de markt biedt en van scherpere concurrentie op de retailmarkten, en krijgen de mogelijkheid om als marktdeelnemers op te treden op de energiemarkt en bij de energietransitie;
e) eindafnemers en kleine bedrijven worden in staat gesteld aan de markt deel te nemen door middel van de aggregatie van productie door meerdere elektriciteitsproductie-installaties of belasting door meerdere vraagresponsinstallaties, waardoor kan worden voorzien in gezamenlijke aanbiedingen op de elektriciteitsmarkt en gezamenlijk beheer in het elektriciteitssysteem kan plaatsvinden, in overeenstemming met het mededingingsrecht van de Unie;
f) de marktvoorschriften maken de decarbonisatie van het elektriciteitssysteem en daarmee van de economie mogelijk, onder meer door de integratie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen mogelijk wordt gemaakt en prikkels voor energie-efficiëntie worden geboden;
g) de marktvoorschriften zorgen voor passende investeringsprikkels voor productie, in het bijzonder langetermijninvesteringen voor een koolstofvrij en duurzaam elektriciteitssysteem, energieopslag, energie-efficiëntie, en zorgen voor vraagrespons, waardoor aan de behoeften van de markt tegemoet wordt gekomen,
|
Beleidsregel coproducties
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beleidsregel beëindiging verstrekking financiële bijdragen aan coproducties en andere omroepprogramma’s
Beleidsregel van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 1 september 2008, nr. 3068664, inzake het beëindigen van het verstrekken van financiële bijdragen ten behoeve van de uitzending van coproducties of andere omroepprogramma’s door omroepinstellingen
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
Gelet op de regeling van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 11 juli 2008, nr. 3067435, houdende intrekking van de Aanwijzingen inzake coproducties en andere omroepprogramma’s (Stcrt. 21 juli 2008, nr. 138);
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.Coproductie: een omroepprogramma waaraan meerdere partijen, waaronder in elk geval een omroepinstelling enerzijds en een Ministerie dan wel een bestuursorgaan behorend tot de Rijksoverheid anderzijds, op basis van een door alle partijen goedgekeurd scenario en/of uitgewerkte synopsis een inhoudelijke of financiële bijdrage hebben geleverd;
b.Omroepprogramma: een programmaonderdeel als bedoeld in artikel 1, onder g, van de Mediawet;
c.Financiële bijdrage: een geldelijk bedrag op grond van:
–een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Comptabiliteitswet, dan wel
–een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2
Met het oog op de vervaardiging, aankoop, totstandkoming of uitzending van een coproductie of een ander
|
Beleidsregel coproducties
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beleidsregel beëindiging verstrekking financiële bijdragen aan coproducties en andere omroepprogramma’s
Beleidsregel van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 1 september 2008, nr. 3068664, inzake het beëindigen van het verstrekken van financiële bijdragen ten behoeve van de uitzending van coproducties of andere omroepprogramma’s door omroepinstellingen
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
Gelet op de regeling van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 11 juli 2008, nr. 3067435, houdende intrekking van de Aanwijzingen inzake coproducties en andere omroepprogramma’s (Stcrt. 21 juli 2008, nr. 138);
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.Coproductie: een omroepprogramma waaraan meerdere partijen, waaronder in elk geval een omroepinstelling enerzijds en een Ministerie dan wel een bestuursorgaan behorend tot de Rijksoverheid anderzijds, op basis van een door alle partijen goedgekeurd scenario en/of uitgewerkte synopsis een inhoudelijke of financiële bijdrage hebben geleverd;
b.Omroepprogramma: een programmaonderdeel als bedoeld in artikel 1, onder g, van de Mediawet;
c.Financiële bijdrage: een geldelijk bedrag op grond van:
–een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Comptabiliteitswet, dan wel
–een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2
Met het oog op de vervaardiging, aankoop, totstandkoming of uitzending van een coproductie of een ander
|
Beleidsregel coproducties
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beleidsregel beëindiging verstrekking financiële bijdragen aan coproducties en andere omroepprogramma’s
Beleidsregel van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 1 september 2008, nr. 3068664, inzake het beëindigen van het verstrekken van financiële bijdragen ten behoeve van de uitzending van coproducties of andere omroepprogramma’s door omroepinstellingen
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
Gelet op de regeling van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 11 juli 2008, nr. 3067435, houdende intrekking van de Aanwijzingen inzake coproducties en andere omroepprogramma’s (Stcrt. 21 juli 2008, nr. 138);
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.Coproductie: een omroepprogramma waaraan meerdere partijen, waaronder in elk geval een omroepinstelling enerzijds en een Ministerie dan wel een bestuursorgaan behorend tot de Rijksoverheid anderzijds, op basis van een door alle partijen goedgekeurd scenario en/of uitgewerkte synopsis een inhoudelijke of financiële bijdrage hebben geleverd;
b.Omroepprogramma: een programmaonderdeel als bedoeld in artikel 1, onder g, van de Mediawet;
c.Financiële bijdrage: een geldelijk bedrag op grond van:
–een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Comptabiliteitswet, dan wel
–een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2
Met het oog op de vervaardiging, aankoop, totstandkoming of uitzending van een coproductie of een ander
|
Belgie overweegt uitstel tweede inenting
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Belgische wetenschappers onderzoeken of ze de tweede inenting tegen het coronavirus kunnen uitstellen, zodat meer mensen sneller een eerste dosis kunnen krijgen. De periode tussen het eerste en het tweede spuitje van het Pfizer/BioNTech- en het Moderna-vaccin is nu vastgesteld op drie weken, maar de Belgen overwegen om dat te verlengen naar bijvoorbeeld zes maanden.
De meeste coronavaccins, waaronder die van Pfizer en Moderna, werken pas optimaal bij twee inentingen. Zo is de werkzaamheid van het Pfizer-vaccin vastgesteld op 52 procent na de eerste prik en op 95 procent na een tweede vaccinatie.
In de huidige planning in België komen 65-plussers pas in mei aan de beurt voor een eerste prik, wat bij die groep tot enige ongerustheid leidde. Het land overweegt mede daarom een andere aanpak, zegt Pierre Van Damme tegen VRT Nieuws. Hij is een van de vaccinexperts in het coronateam dat de Belgische regering adviseert.
Sneller groepsimmuniteit
Volgens Van Damme heeft zo'n aanpak als voordeel dat er sneller groepsimmuniteit kan ontstaan, doordat je sneller minder mensen overhoudt die vatbaar zijn voor het virus. Het zou volgens VRT Nieuws in de praktijk kunnen betekenen dat alle Belgen al voor de zomer een eerste prik kunnen krijgen.
De Belgische regering zal snel een beslissing moeten nemen over de kwestie: vandaag is het land begonnen met vaccineren. Dat gebeurde om 11.00 uur in drie verzorgingshuizen. Het gaat om 450 doses
|
Belgie overweegt uitstel tweede inenting
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Belgische wetenschappers onderzoeken of ze de tweede inenting tegen het coronavirus kunnen uitstellen, zodat meer mensen sneller een eerste dosis kunnen krijgen. De periode tussen het eerste en het tweede spuitje van het Pfizer/BioNTech- en het Moderna-vaccin is nu vastgesteld op drie weken, maar de Belgen overwegen om dat te verlengen naar bijvoorbeeld zes maanden.
De meeste coronavaccins, waaronder die van Pfizer en Moderna, werken pas optimaal bij twee inentingen. Zo is de werkzaamheid van het Pfizer-vaccin vastgesteld op 52 procent na de eerste prik en op 95 procent na een tweede vaccinatie.
In de huidige planning in België komen 65-plussers pas in mei aan de beurt voor een eerste prik, wat bij die groep tot enige ongerustheid leidde. Het land overweegt mede daarom een andere aanpak, zegt Pierre Van Damme tegen VRT Nieuws. Hij is een van de vaccinexperts in het coronateam dat de Belgische regering adviseert.
Sneller groepsimmuniteit
Volgens Van Damme heeft zo'n aanpak als voordeel dat er sneller groepsimmuniteit kan ontstaan, doordat je sneller minder mensen overhoudt die vatbaar zijn voor het virus. Het zou volgens VRT Nieuws in de praktijk kunnen betekenen dat alle Belgen al voor de zomer een eerste prik kunnen krijgen.
De Belgische regering zal snel een beslissing moeten nemen over de kwestie: vandaag is het land begonnen met vaccineren. Dat gebeurde om 11.00 uur in drie verzorgingshuizen. Het gaat om 450 doses
|
Belgie overweegt uitstel tweede inenting
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Belgische wetenschappers onderzoeken of ze de tweede inenting tegen het coronavirus kunnen uitstellen, zodat meer mensen sneller een eerste dosis kunnen krijgen. De periode tussen het eerste en het tweede spuitje van het Pfizer/BioNTech- en het Moderna-vaccin is nu vastgesteld op drie weken, maar de Belgen overwegen om dat te verlengen naar bijvoorbeeld zes maanden.
De meeste coronavaccins, waaronder die van Pfizer en Moderna, werken pas optimaal bij twee inentingen. Zo is de werkzaamheid van het Pfizer-vaccin vastgesteld op 52 procent na de eerste prik en op 95 procent na een tweede vaccinatie.
In de huidige planning in België komen 65-plussers pas in mei aan de beurt voor een eerste prik, wat bij die groep tot enige ongerustheid leidde. Het land overweegt mede daarom een andere aanpak, zegt Pierre Van Damme tegen VRT Nieuws. Hij is een van de vaccinexperts in het coronateam dat de Belgische regering adviseert.
Sneller groepsimmuniteit
Volgens Van Damme heeft zo'n aanpak als voordeel dat er sneller groepsimmuniteit kan ontstaan, doordat je sneller minder mensen overhoudt die vatbaar zijn voor het virus. Het zou volgens VRT Nieuws in de praktijk kunnen betekenen dat alle Belgen al voor de zomer een eerste prik kunnen krijgen.
De Belgische regering zal snel een beslissing moeten nemen over de kwestie: vandaag is het land begonnen met vaccineren. Dat gebeurde om 11.00 uur in drie verzorgingshuizen. Het gaat om 450 doses
|
Bende schapen en geiten bestormen stadhuis in turkije
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Een lastige situatie voor medewerkers van een stadhuis in Turkije. Een gebouw werd bestormd door een paar woedende schapen en geiten.
|
Bende schapen en geiten bestormen stadhuis in turkije
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Een lastige situatie voor medewerkers van een stadhuis in Turkije. Een gebouw werd bestormd door een paar woedende schapen en geiten.
|
Bende schapen en geiten bestormen stadhuis in turkije
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Een lastige situatie voor medewerkers van een stadhuis in Turkije. Een gebouw werd bestormd door een paar woedende schapen en geiten.
|
BESLUIT (EU) 2020/1793 VAN DE RAAD
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
(1) Op grond van Besluit nr. 940/2014/EU van de Raad (2) betreffende de “octroi de mer”-belastingregeling in de Franse ultraperifere gebieden mogen de Franse autoriteiten de in de bijlage bij dat besluit vermelde producten die lokaal in die ultraperifere gebieden zijn vervaardigd, van de “octroi-de-mer”-belasting vrijstellen of deze belasting verlagen. Afhankelijk van het product en het overzeese departement mag het verschil in belastingtarief ten hoogste 10, 20 of 30 procentpunten bedragen. Besluit nr. 940/2014/EG is van toepassing tot en met 31 december 2020.
(2) Frankrijk is van mening dat de concurrentienadelen waarmee de Franse ultraperifere gebieden worden geconfronteerd, nog altijd bestaan en heeft daarom de Commissie verzocht om ook na 1 januari 2021 een systeem van gedifferentieerde belastingheffing te mogen blijven toepassen dat vergelijkbaar is met het huidige, meer bepaald tot 31 december 2027.
|
BESLUIT (EU) 2020/1793 VAN DE RAAD
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
(1) Op grond van Besluit nr. 940/2014/EU van de Raad (2) betreffende de “octroi de mer”-belastingregeling in de Franse ultraperifere gebieden mogen de Franse autoriteiten de in de bijlage bij dat besluit vermelde producten die lokaal in die ultraperifere gebieden zijn vervaardigd, van de “octroi-de-mer”-belasting vrijstellen of deze belasting verlagen. Afhankelijk van het product en het overzeese departement mag het verschil in belastingtarief ten hoogste 10, 20 of 30 procentpunten bedragen. Besluit nr. 940/2014/EG is van toepassing tot en met 31 december 2020.
(2) Frankrijk is van mening dat de concurrentienadelen waarmee de Franse ultraperifere gebieden worden geconfronteerd, nog altijd bestaan en heeft daarom de Commissie verzocht om ook na 1 januari 2021 een systeem van gedifferentieerde belastingheffing te mogen blijven toepassen dat vergelijkbaar is met het huidige, meer bepaald tot 31 december 2027.
|
BESLUIT (EU) 2020/1793 VAN DE RAAD
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
(1) Op grond van Besluit nr. 940/2014/EU van de Raad (2) betreffende de “octroi de mer”-belastingregeling in de Franse ultraperifere gebieden mogen de Franse autoriteiten de in de bijlage bij dat besluit vermelde producten die lokaal in die ultraperifere gebieden zijn vervaardigd, van de “octroi-de-mer”-belasting vrijstellen of deze belasting verlagen. Afhankelijk van het product en het overzeese departement mag het verschil in belastingtarief ten hoogste 10, 20 of 30 procentpunten bedragen. Besluit nr. 940/2014/EG is van toepassing tot en met 31 december 2020.
(2) Frankrijk is van mening dat de concurrentienadelen waarmee de Franse ultraperifere gebieden worden geconfronteerd, nog altijd bestaan en heeft daarom de Commissie verzocht om ook na 1 januari 2021 een systeem van gedifferentieerde belastingheffing te mogen blijven toepassen dat vergelijkbaar is met het huidige, meer bepaald tot 31 december 2027.
|
Beste Jamie Oliver hoe lang duurt een minuut
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beste Jamie Oliver,
Deze week maakte ik je recept voor geblakerde kip met quinoa-salade. Een heerlijke maaltijd, daarover heb ik niets te klagen. Maar ik vond het wel jammer dat ik die avond een stuk langer in de keuken stond dan gepland. Ik haalde het recept uit je boek Jamie in 15 minuten. De maaltijden in dat boek zouden stuk voor stuk binnen vijftien minuten op tafel moeten staan, ideaal dus voor een doordeweekse avond. Ik nam de proef op de som toen ik om zes uur hongerig uit mijn werk gerend kwam.
Zoals je boek voorschrijft zette ik eerst alle ingrediënten, pannen en andere keukenspullen netjes klaar. Zelfs het kokend water moet klaarstaan voor die bereidingstijd van vijftien minuut ingaat. Waarom is me een raadsel. Tien minuten haastig zoeken naar piment en de juiste opzetstukjes voor de keukenmachine telt toch gewoon mee als tijd die je nodig hebt om het eten te bereiden?
Alle stond klaar, de tijd ging in en het echte werk begon. Quinoa wellen, allerlei kruiden in de keukenmachine hakken, kip marineren, platslaan en bakken. Toen waren de vijftien minuten ruim om en ik was nog niet eens op de helft van het recept.
|
Beste Jamie Oliver hoe lang duurt een minuut
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beste Jamie Oliver,
Deze week maakte ik je recept voor geblakerde kip met quinoa-salade. Een heerlijke maaltijd, daarover heb ik niets te klagen. Maar ik vond het wel jammer dat ik die avond een stuk langer in de keuken stond dan gepland. Ik haalde het recept uit je boek Jamie in 15 minuten. De maaltijden in dat boek zouden stuk voor stuk binnen vijftien minuten op tafel moeten staan, ideaal dus voor een doordeweekse avond. Ik nam de proef op de som toen ik om zes uur hongerig uit mijn werk gerend kwam.
Zoals je boek voorschrijft zette ik eerst alle ingrediënten, pannen en andere keukenspullen netjes klaar. Zelfs het kokend water moet klaarstaan voor die bereidingstijd van vijftien minuut ingaat. Waarom is me een raadsel. Tien minuten haastig zoeken naar piment en de juiste opzetstukjes voor de keukenmachine telt toch gewoon mee als tijd die je nodig hebt om het eten te bereiden?
Alle stond klaar, de tijd ging in en het echte werk begon. Quinoa wellen, allerlei kruiden in de keukenmachine hakken, kip marineren, platslaan en bakken. Toen waren de vijftien minuten ruim om en ik was nog niet eens op de helft van het recept.
|
Beste Jamie Oliver hoe lang duurt een minuut
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Beste Jamie Oliver,
Deze week maakte ik je recept voor geblakerde kip met quinoa-salade. Een heerlijke maaltijd, daarover heb ik niets te klagen. Maar ik vond het wel jammer dat ik die avond een stuk langer in de keuken stond dan gepland. Ik haalde het recept uit je boek Jamie in 15 minuten. De maaltijden in dat boek zouden stuk voor stuk binnen vijftien minuten op tafel moeten staan, ideaal dus voor een doordeweekse avond. Ik nam de proef op de som toen ik om zes uur hongerig uit mijn werk gerend kwam.
Zoals je boek voorschrijft zette ik eerst alle ingrediënten, pannen en andere keukenspullen netjes klaar. Zelfs het kokend water moet klaarstaan voor die bereidingstijd van vijftien minuut ingaat. Waarom is me een raadsel. Tien minuten haastig zoeken naar piment en de juiste opzetstukjes voor de keukenmachine telt toch gewoon mee als tijd die je nodig hebt om het eten te bereiden?
Alle stond klaar, de tijd ging in en het echte werk begon. Quinoa wellen, allerlei kruiden in de keukenmachine hakken, kip marineren, platslaan en bakken. Toen waren de vijftien minuten ruim om en ik was nog niet eens op de helft van het recept.
|
Beste winkeliers van nederland over de btw-kort
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
BESTE WINKELIERS VAN NEDERLAND... OVER DE BTW-KORTING
In Column,Muggenziften, door Jeanine
11-10-2012
Deze column verscheen afgelopen weekend in de Volkskrant.
Beste winkeliers van Nederland,
De benzineprijzen zijn naar recordhoogte gestegen, luxe-artikelen werden nog snel ingeslagen, en de consument schijnt per 1 oktober de hand op de knip te houden: per afgelopen maandag werd het hoge btw-tarief, de btw op luxe producten en diensten, verhoogd van 19 naar 21 procent. Geen mooi vooruitzicht voor uw inkomsten! Daar moest u iets op verzinnen.
Dus haalde u eind september nog snel even de aloude btw-kortingsacties van stal, nu de korting die u moest geven nog enigszins te overzien was. Tijdens dergelijke acties hoeven uw klanten tijdelijk geen btw te betalen. Niet echt natuurlijk, want op elke transactie wordt gewoon btw geheven, maar het bedrag dat normaal gesproken de btw zou uitmaken wordt nu omgezet in een korting.
Zo las ik bijvoorbeeld op een autoverkoopwebsite: “Citroën neemt in september de btw van de C4 en de C4 Picasso voor haar rekening. Dat betekent dat je een korting van 19 procent op de nieuwprijs krijgt.†Hetzelfde geldt voor de 21 procent korting die de Formido begin oktober nog belooft op een product naar keuze (“21% btw? Daar doen we (nog) niet aan mee! Nu 21% korting!â€).
|
Beste winkeliers van nederland over de btw-kort
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
BESTE WINKELIERS VAN NEDERLAND... OVER DE BTW-KORTING
In Column,Muggenziften, door Jeanine
11-10-2012
Deze column verscheen afgelopen weekend in de Volkskrant.
Beste winkeliers van Nederland,
De benzineprijzen zijn naar recordhoogte gestegen, luxe-artikelen werden nog snel ingeslagen, en de consument schijnt per 1 oktober de hand op de knip te houden: per afgelopen maandag werd het hoge btw-tarief, de btw op luxe producten en diensten, verhoogd van 19 naar 21 procent. Geen mooi vooruitzicht voor uw inkomsten! Daar moest u iets op verzinnen.
Dus haalde u eind september nog snel even de aloude btw-kortingsacties van stal, nu de korting die u moest geven nog enigszins te overzien was. Tijdens dergelijke acties hoeven uw klanten tijdelijk geen btw te betalen. Niet echt natuurlijk, want op elke transactie wordt gewoon btw geheven, maar het bedrag dat normaal gesproken de btw zou uitmaken wordt nu omgezet in een korting.
Zo las ik bijvoorbeeld op een autoverkoopwebsite: “Citroën neemt in september de btw van de C4 en de C4 Picasso voor haar rekening. Dat betekent dat je een korting van 19 procent op de nieuwprijs krijgt.†Hetzelfde geldt voor de 21 procent korting die de Formido begin oktober nog belooft op een product naar keuze (“21% btw? Daar doen we (nog) niet aan mee! Nu 21% korting!â€).
|
Beste winkeliers van nederland over de btw-kort
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
BESTE WINKELIERS VAN NEDERLAND... OVER DE BTW-KORTING
In Column,Muggenziften, door Jeanine
11-10-2012
Deze column verscheen afgelopen weekend in de Volkskrant.
Beste winkeliers van Nederland,
De benzineprijzen zijn naar recordhoogte gestegen, luxe-artikelen werden nog snel ingeslagen, en de consument schijnt per 1 oktober de hand op de knip te houden: per afgelopen maandag werd het hoge btw-tarief, de btw op luxe producten en diensten, verhoogd van 19 naar 21 procent. Geen mooi vooruitzicht voor uw inkomsten! Daar moest u iets op verzinnen.
Dus haalde u eind september nog snel even de aloude btw-kortingsacties van stal, nu de korting die u moest geven nog enigszins te overzien was. Tijdens dergelijke acties hoeven uw klanten tijdelijk geen btw te betalen. Niet echt natuurlijk, want op elke transactie wordt gewoon btw geheven, maar het bedrag dat normaal gesproken de btw zou uitmaken wordt nu omgezet in een korting.
Zo las ik bijvoorbeeld op een autoverkoopwebsite: “Citroën neemt in september de btw van de C4 en de C4 Picasso voor haar rekening. Dat betekent dat je een korting van 19 procent op de nieuwprijs krijgt.†Hetzelfde geldt voor de 21 procent korting die de Formido begin oktober nog belooft op een product naar keuze (“21% btw? Daar doen we (nog) niet aan mee! Nu 21% korting!â€).
|
Bestuurdersaansprakelijkheid
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
De bestuurdersaansprakelijkheid geldt voor bestuurders van commerciële onder nemingen die een rechtspersoon zijn, volledig rechtsbevoegd zijn en die vallen onder de vennootschapsbelasting. In de praktijk gaat het vooral om bestuurders van nv’s en bv’s. De bestuurdersaansprakelijkheid geldt ook voor bestuurders van bepaalde verenigingen. Het gaat dan om verenigingen die volledig rechtsbevoegd zijn en die onder de vennootschapsbelasting vallen. De volgende verenigingen voldoen in ieder geval aan deze voorwaarden:
– verenigingen op coöperatieve grondslag
– onderlinge verzekeringsmaatschappijen
– verenigingen die op onderlinge grondslag als verzekering of kredietinstelling optreden
Verder geldt de bestuurdersaansprakelijk heid voor bestuurders van stichtingen die onder de vennootschapsbelasting vallen. Als de bestuurder van een onderneming een andere onderneming is, kunnen de bestuurders van die onderneming ook aansprakelijk worden gesteld (zoals bij moeder en dochterondernemingen). Ook bestuurders van buitenlandse rechtspersonen kunnen te maken krijgen met de bestuurdersaansprakelijkheid. Dit is het geval als de onderneming volledig rechtsbevoegd is en in Nederland onder de vennootschapsbelasting valt.
Elk van deze bestuurders kan aansprakelijk worden gesteld als zijn onderneming de belastingen en premies niet kan betalen. Maar dan moet het wel aannemelijk zijn dat dit het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat aan hem te wijten is. Bestuurders zijn overigens gezamenlijk verantwoordelijk voor het beleid binnen de onderneming; zij kunnen allen aansprakelijk worden gesteld als door dat beleid belastingen en premies onbetaald blijven. Een bestuurder kan ook aansprakelijk worden gesteld als hij niet op tijd heeft gemeld dat de belastingen en premies niet konden worden betaald.
|
Bestuurdersaansprakelijkheid
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
De bestuurdersaansprakelijkheid geldt voor bestuurders van commerciële onder nemingen die een rechtspersoon zijn, volledig rechtsbevoegd zijn en die vallen onder de vennootschapsbelasting. In de praktijk gaat het vooral om bestuurders van nv’s en bv’s. De bestuurdersaansprakelijkheid geldt ook voor bestuurders van bepaalde verenigingen. Het gaat dan om verenigingen die volledig rechtsbevoegd zijn en die onder de vennootschapsbelasting vallen. De volgende verenigingen voldoen in ieder geval aan deze voorwaarden:
– verenigingen op coöperatieve grondslag
– onderlinge verzekeringsmaatschappijen
– verenigingen die op onderlinge grondslag als verzekering of kredietinstelling optreden
Verder geldt de bestuurdersaansprakelijk heid voor bestuurders van stichtingen die onder de vennootschapsbelasting vallen. Als de bestuurder van een onderneming een andere onderneming is, kunnen de bestuurders van die onderneming ook aansprakelijk worden gesteld (zoals bij moeder en dochterondernemingen). Ook bestuurders van buitenlandse rechtspersonen kunnen te maken krijgen met de bestuurdersaansprakelijkheid. Dit is het geval als de onderneming volledig rechtsbevoegd is en in Nederland onder de vennootschapsbelasting valt.
Elk van deze bestuurders kan aansprakelijk worden gesteld als zijn onderneming de belastingen en premies niet kan betalen. Maar dan moet het wel aannemelijk zijn dat dit het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat aan hem te wijten is. Bestuurders zijn overigens gezamenlijk verantwoordelijk voor het beleid binnen de onderneming; zij kunnen allen aansprakelijk worden gesteld als door dat beleid belastingen en premies onbetaald blijven. Een bestuurder kan ook aansprakelijk worden gesteld als hij niet op tijd heeft gemeld dat de belastingen en premies niet konden worden betaald.
|
Bestuurdersaansprakelijkheid
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
De bestuurdersaansprakelijkheid geldt voor bestuurders van commerciële onder nemingen die een rechtspersoon zijn, volledig rechtsbevoegd zijn en die vallen onder de vennootschapsbelasting. In de praktijk gaat het vooral om bestuurders van nv’s en bv’s. De bestuurdersaansprakelijkheid geldt ook voor bestuurders van bepaalde verenigingen. Het gaat dan om verenigingen die volledig rechtsbevoegd zijn en die onder de vennootschapsbelasting vallen. De volgende verenigingen voldoen in ieder geval aan deze voorwaarden:
– verenigingen op coöperatieve grondslag
– onderlinge verzekeringsmaatschappijen
– verenigingen die op onderlinge grondslag als verzekering of kredietinstelling optreden
Verder geldt de bestuurdersaansprakelijk heid voor bestuurders van stichtingen die onder de vennootschapsbelasting vallen. Als de bestuurder van een onderneming een andere onderneming is, kunnen de bestuurders van die onderneming ook aansprakelijk worden gesteld (zoals bij moeder en dochterondernemingen). Ook bestuurders van buitenlandse rechtspersonen kunnen te maken krijgen met de bestuurdersaansprakelijkheid. Dit is het geval als de onderneming volledig rechtsbevoegd is en in Nederland onder de vennootschapsbelasting valt.
Elk van deze bestuurders kan aansprakelijk worden gesteld als zijn onderneming de belastingen en premies niet kan betalen. Maar dan moet het wel aannemelijk zijn dat dit het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat aan hem te wijten is. Bestuurders zijn overigens gezamenlijk verantwoordelijk voor het beleid binnen de onderneming; zij kunnen allen aansprakelijk worden gesteld als door dat beleid belastingen en premies onbetaald blijven. Een bestuurder kan ook aansprakelijk worden gesteld als hij niet op tijd heeft gemeld dat de belastingen en premies niet konden worden betaald.
|
Betekenis voor sociaal werk
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
De normatieve uitgangspunten van de capabilitybenadering sluiten nauw aan bij het waarden- en handelingskader van het sociaal werk zoals beschreven in de Global Definition of Social Work uit 2014 (IFSW/IASSW 2014).
Sociaal werk Sociaal werk is een praktijk-gebaseerd beroep en een academische discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit staan centraal in het sociaal werk. Onderbouwd door sociaalwerktheorieën, sociale wetenschappen, menswetenschappen en inheemse en lokale vormen van kennis, engageert sociaal werk mensen en structuren om levensuitdagingen en problemen aan te pakken en welzijn te bevorderen.
Leven in vrijheid en de notie van het ‘goede leven’ uit de capabilitybenadering zijn nauw verbonden met de waardeperspectieven van het sociaal werk, zoals het streven naar sociale rechtvaardigheid, respect voor diversiteit en het bevorderen van welzijn voor iedereen. In de beroepspraktijk ondersteunen sociaal werkers mensen om hun welzijn te bevorderen. Hierbij zet de capabilitybenadering het begrip ‘human agency ’ in de verf. Dit verwijst naar doelgericht ‘menselijk handelen ’. Volgens Sen (1999) is een ‘agent ’ iemand die waardegericht handelt en op basis daarvan verandering teweegbrengt. In het Nederlands spreken we in dat verband ook over ‘actorschap’ en ‘actor’.
|
Betekenis voor sociaal werk
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
De normatieve uitgangspunten van de capabilitybenadering sluiten nauw aan bij het waarden- en handelingskader van het sociaal werk zoals beschreven in de Global Definition of Social Work uit 2014 (IFSW/IASSW 2014).
Sociaal werk Sociaal werk is een praktijk-gebaseerd beroep en een academische discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit staan centraal in het sociaal werk. Onderbouwd door sociaalwerktheorieën, sociale wetenschappen, menswetenschappen en inheemse en lokale vormen van kennis, engageert sociaal werk mensen en structuren om levensuitdagingen en problemen aan te pakken en welzijn te bevorderen.
Leven in vrijheid en de notie van het ‘goede leven’ uit de capabilitybenadering zijn nauw verbonden met de waardeperspectieven van het sociaal werk, zoals het streven naar sociale rechtvaardigheid, respect voor diversiteit en het bevorderen van welzijn voor iedereen. In de beroepspraktijk ondersteunen sociaal werkers mensen om hun welzijn te bevorderen. Hierbij zet de capabilitybenadering het begrip ‘human agency ’ in de verf. Dit verwijst naar doelgericht ‘menselijk handelen ’. Volgens Sen (1999) is een ‘agent ’ iemand die waardegericht handelt en op basis daarvan verandering teweegbrengt. In het Nederlands spreken we in dat verband ook over ‘actorschap’ en ‘actor’.
|
Betekenis voor sociaal werk
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
De normatieve uitgangspunten van de capabilitybenadering sluiten nauw aan bij het waarden- en handelingskader van het sociaal werk zoals beschreven in de Global Definition of Social Work uit 2014 (IFSW/IASSW 2014).
Sociaal werk Sociaal werk is een praktijk-gebaseerd beroep en een academische discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit staan centraal in het sociaal werk. Onderbouwd door sociaalwerktheorieën, sociale wetenschappen, menswetenschappen en inheemse en lokale vormen van kennis, engageert sociaal werk mensen en structuren om levensuitdagingen en problemen aan te pakken en welzijn te bevorderen.
Leven in vrijheid en de notie van het ‘goede leven’ uit de capabilitybenadering zijn nauw verbonden met de waardeperspectieven van het sociaal werk, zoals het streven naar sociale rechtvaardigheid, respect voor diversiteit en het bevorderen van welzijn voor iedereen. In de beroepspraktijk ondersteunen sociaal werkers mensen om hun welzijn te bevorderen. Hierbij zet de capabilitybenadering het begrip ‘human agency ’ in de verf. Dit verwijst naar doelgericht ‘menselijk handelen ’. Volgens Sen (1999) is een ‘agent ’ iemand die waardegericht handelt en op basis daarvan verandering teweegbrengt. In het Nederlands spreken we in dat verband ook over ‘actorschap’ en ‘actor’.
|
Beton maken
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Materiaal: een schop, een zinken teil of een betonmolen.
Grondstoffen: Grind 4/28 of 4/32 of steenslag, rijnzand 0/2, cement met sterkteklasse 32,5.
Bewerking: Voor je begint, moet je eerst het nodige volume proberen te schatten (zie tabel). Gebruik je gebroken steenslag i.p.v. grind dan vervang je 50 kg steenslag door 50 kg zand. Let op! Gebruik nooit teveel water. Anders wordt het beton poreuzer en heeft het minder weerstand. de verhouding tussen de hoeveelheden water en cement mag niet groter zijn dan 1 op 2. Betonmolen: Stel de betonmolen horizontaal op en zorg voor voldoende plaats om het beton uit te gieten in een kruiwagen die je onder de molen plaatst. Zet de betonmolen in gang en giet er een deel van het grind en een deel van het water in. Vul het mengsel aan met het cement en het zand en vervolgens de rest van het grind. Voeg de rest van het water toe. Let op! Voeg de rest van het water niet in één keer toe. Als het zand vochtiger is dan je denkt kan je teveel water toevoegen. Laat de betonmolen een drietal minuten draaien tot je een vloeibaar mengsel hebt waarin de grondstoffen gelijkmatig zijn verdeeld. Zinken of kunststoffen bad: Breng de grondstoffen in dezelfde volgorde in het bad en gebruik het aantal scheppen om te doseren (zie tabel).
|
Beton maken
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Materiaal: een schop, een zinken teil of een betonmolen.
Grondstoffen: Grind 4/28 of 4/32 of steenslag, rijnzand 0/2, cement met sterkteklasse 32,5.
Bewerking: Voor je begint, moet je eerst het nodige volume proberen te schatten (zie tabel). Gebruik je gebroken steenslag i.p.v. grind dan vervang je 50 kg steenslag door 50 kg zand. Let op! Gebruik nooit teveel water. Anders wordt het beton poreuzer en heeft het minder weerstand. de verhouding tussen de hoeveelheden water en cement mag niet groter zijn dan 1 op 2. Betonmolen: Stel de betonmolen horizontaal op en zorg voor voldoende plaats om het beton uit te gieten in een kruiwagen die je onder de molen plaatst. Zet de betonmolen in gang en giet er een deel van het grind en een deel van het water in. Vul het mengsel aan met het cement en het zand en vervolgens de rest van het grind. Voeg de rest van het water toe. Let op! Voeg de rest van het water niet in één keer toe. Als het zand vochtiger is dan je denkt kan je teveel water toevoegen. Laat de betonmolen een drietal minuten draaien tot je een vloeibaar mengsel hebt waarin de grondstoffen gelijkmatig zijn verdeeld. Zinken of kunststoffen bad: Breng de grondstoffen in dezelfde volgorde in het bad en gebruik het aantal scheppen om te doseren (zie tabel).
|
Beton maken
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Materiaal: een schop, een zinken teil of een betonmolen.
Grondstoffen: Grind 4/28 of 4/32 of steenslag, rijnzand 0/2, cement met sterkteklasse 32,5.
Bewerking: Voor je begint, moet je eerst het nodige volume proberen te schatten (zie tabel). Gebruik je gebroken steenslag i.p.v. grind dan vervang je 50 kg steenslag door 50 kg zand. Let op! Gebruik nooit teveel water. Anders wordt het beton poreuzer en heeft het minder weerstand. de verhouding tussen de hoeveelheden water en cement mag niet groter zijn dan 1 op 2. Betonmolen: Stel de betonmolen horizontaal op en zorg voor voldoende plaats om het beton uit te gieten in een kruiwagen die je onder de molen plaatst. Zet de betonmolen in gang en giet er een deel van het grind en een deel van het water in. Vul het mengsel aan met het cement en het zand en vervolgens de rest van het grind. Voeg de rest van het water toe. Let op! Voeg de rest van het water niet in één keer toe. Als het zand vochtiger is dan je denkt kan je teveel water toevoegen. Laat de betonmolen een drietal minuten draaien tot je een vloeibaar mengsel hebt waarin de grondstoffen gelijkmatig zijn verdeeld. Zinken of kunststoffen bad: Breng de grondstoffen in dezelfde volgorde in het bad en gebruik het aantal scheppen om te doseren (zie tabel).
|
Bevolkingsspreiding
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bevolkingsspreiding en bevolkingsdichtheid
Om verschillende redenen wonen mensen liever in het ene gebied dan in het andere.
Om aan te geven of het aantal mensen dat in een gebied woont hoog of juist laag is, kun je de bevolkingsdichtheid gebruiken. De bevolkingsdichtheid is het aantal mensen per km².
Nederland telde in september 2014 ruim 16,8 miljoen mensen. Die mensen wonen op een oppervlakte van ruim 37.300 km². Dat betekent een bevolkingsdichtheid van ongeveer 450 mensen per km².
Als je kijkt naar de bevolkingsdichtheid per gemeente, dan zijn er in Nederland grote verschillen, je noemt dit bevolkingsspreiding. Dichtheid en spreiding zijn demografische factoren.
Op de kaart spreiding van de bevolking over Nederland zie je in welke gemeenten veel en in welke gemeenten weinig mensen wonen.
Bevolkingsspreiding
De bevolkingsspreiding kan vaak worden verklaard met behulp van natuurlijke en sociaaleconomische factoren.
Voorbeelden van natuurlijke factoren zijn klimaat, landschap, bodemvruchtbaarheid en ligging ten opzichte van de zee.
De aanwezigheid van werk, van winkels, van scholen/universiteiten en van culturele voorzieningen zijn voorbeelden van sociaaleconomische factoren.
Door het verschil in leefomgeving zijn sommige gebieden heel aantrekkelijk, terwijl andere gebieden dreigen leeg te lopen.
Bevolkingsspreiding Europa en de wereld - 1
Op de volgende twee kaarten zie je de spreiding van de bevolking over Europa en de spreiding van de bevolking over de wereld:
- Spreiding van de bevolking over Europa
- Spreiding van de bevolking over
|
Bevolkingsspreiding
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bevolkingsspreiding en bevolkingsdichtheid
Om verschillende redenen wonen mensen liever in het ene gebied dan in het andere.
Om aan te geven of het aantal mensen dat in een gebied woont hoog of juist laag is, kun je de bevolkingsdichtheid gebruiken. De bevolkingsdichtheid is het aantal mensen per km².
Nederland telde in september 2014 ruim 16,8 miljoen mensen. Die mensen wonen op een oppervlakte van ruim 37.300 km². Dat betekent een bevolkingsdichtheid van ongeveer 450 mensen per km².
Als je kijkt naar de bevolkingsdichtheid per gemeente, dan zijn er in Nederland grote verschillen, je noemt dit bevolkingsspreiding. Dichtheid en spreiding zijn demografische factoren.
Op de kaart spreiding van de bevolking over Nederland zie je in welke gemeenten veel en in welke gemeenten weinig mensen wonen.
Bevolkingsspreiding
De bevolkingsspreiding kan vaak worden verklaard met behulp van natuurlijke en sociaaleconomische factoren.
Voorbeelden van natuurlijke factoren zijn klimaat, landschap, bodemvruchtbaarheid en ligging ten opzichte van de zee.
De aanwezigheid van werk, van winkels, van scholen/universiteiten en van culturele voorzieningen zijn voorbeelden van sociaaleconomische factoren.
Door het verschil in leefomgeving zijn sommige gebieden heel aantrekkelijk, terwijl andere gebieden dreigen leeg te lopen.
Bevolkingsspreiding Europa en de wereld - 1
Op de volgende twee kaarten zie je de spreiding van de bevolking over Europa en de spreiding van de bevolking over de wereld:
- Spreiding van de bevolking over Europa
- Spreiding van de bevolking over
|
Bevolkingsspreiding
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bevolkingsspreiding en bevolkingsdichtheid
Om verschillende redenen wonen mensen liever in het ene gebied dan in het andere.
Om aan te geven of het aantal mensen dat in een gebied woont hoog of juist laag is, kun je de bevolkingsdichtheid gebruiken. De bevolkingsdichtheid is het aantal mensen per km².
Nederland telde in september 2014 ruim 16,8 miljoen mensen. Die mensen wonen op een oppervlakte van ruim 37.300 km². Dat betekent een bevolkingsdichtheid van ongeveer 450 mensen per km².
Als je kijkt naar de bevolkingsdichtheid per gemeente, dan zijn er in Nederland grote verschillen, je noemt dit bevolkingsspreiding. Dichtheid en spreiding zijn demografische factoren.
Op de kaart spreiding van de bevolking over Nederland zie je in welke gemeenten veel en in welke gemeenten weinig mensen wonen.
Bevolkingsspreiding
De bevolkingsspreiding kan vaak worden verklaard met behulp van natuurlijke en sociaaleconomische factoren.
Voorbeelden van natuurlijke factoren zijn klimaat, landschap, bodemvruchtbaarheid en ligging ten opzichte van de zee.
De aanwezigheid van werk, van winkels, van scholen/universiteiten en van culturele voorzieningen zijn voorbeelden van sociaaleconomische factoren.
Door het verschil in leefomgeving zijn sommige gebieden heel aantrekkelijk, terwijl andere gebieden dreigen leeg te lopen.
Bevolkingsspreiding Europa en de wereld - 1
Op de volgende twee kaarten zie je de spreiding van de bevolking over Europa en de spreiding van de bevolking over de wereld:
- Spreiding van de bevolking over Europa
- Spreiding van de bevolking over
|
Bevordering van duurzame beleggingen
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bevordering van duurzame beleggingen
Met artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt beoogd een interne markt tot stand te brengen die zich inzet voor de duurzame ontwikkeling van Europa, op basis van onder meer een evenwichtige economische groei en een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu.
Op 25 september 2015 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een nieuw mondiaal kader voor duurzame ontwikkeling vastgesteld: de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (de “Agenda 2030”). De kern van de Agenda 2030 wordt gevormd door de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals, SDG’s) en de Agenda 2030 omvat de drie duurzaamheidsdimensies: de economische, de sociale en de ecologische dimensie. In de mededeling van de Commissie van 22 november 2016 over de volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst worden de SDG’s aan het beleidskader van de Unie gekoppeld, zodat ze van meet af aan geïntegreerd worden in alle acties en beleidsinitiatieven van de Unie, zowel binnen de Unie als op mondiaal niveau. De Raad heeft in zijn conclusies van 20 juni 2017 bevestigd dat de Unie en haar lidstaten vastbesloten zijn de Agenda 2030 op volledige, samenhangende, alomvattende, geïntegreerde en doeltreffende wijze en in nauwe samenwerking met partners en andere stakeholders uit te voeren. De Commissie heeft op 11 december 2019 haar mededeling over de Europese Green Deal gepubliceerd.
|
Bevordering van duurzame beleggingen
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bevordering van duurzame beleggingen
Met artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt beoogd een interne markt tot stand te brengen die zich inzet voor de duurzame ontwikkeling van Europa, op basis van onder meer een evenwichtige economische groei en een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu.
Op 25 september 2015 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een nieuw mondiaal kader voor duurzame ontwikkeling vastgesteld: de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (de “Agenda 2030”). De kern van de Agenda 2030 wordt gevormd door de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals, SDG’s) en de Agenda 2030 omvat de drie duurzaamheidsdimensies: de economische, de sociale en de ecologische dimensie. In de mededeling van de Commissie van 22 november 2016 over de volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst worden de SDG’s aan het beleidskader van de Unie gekoppeld, zodat ze van meet af aan geïntegreerd worden in alle acties en beleidsinitiatieven van de Unie, zowel binnen de Unie als op mondiaal niveau. De Raad heeft in zijn conclusies van 20 juni 2017 bevestigd dat de Unie en haar lidstaten vastbesloten zijn de Agenda 2030 op volledige, samenhangende, alomvattende, geïntegreerde en doeltreffende wijze en in nauwe samenwerking met partners en andere stakeholders uit te voeren. De Commissie heeft op 11 december 2019 haar mededeling over de Europese Green Deal gepubliceerd.
|
Bevordering van duurzame beleggingen
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bevordering van duurzame beleggingen
Met artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt beoogd een interne markt tot stand te brengen die zich inzet voor de duurzame ontwikkeling van Europa, op basis van onder meer een evenwichtige economische groei en een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu.
Op 25 september 2015 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een nieuw mondiaal kader voor duurzame ontwikkeling vastgesteld: de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (de “Agenda 2030”). De kern van de Agenda 2030 wordt gevormd door de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals, SDG’s) en de Agenda 2030 omvat de drie duurzaamheidsdimensies: de economische, de sociale en de ecologische dimensie. In de mededeling van de Commissie van 22 november 2016 over de volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst worden de SDG’s aan het beleidskader van de Unie gekoppeld, zodat ze van meet af aan geïntegreerd worden in alle acties en beleidsinitiatieven van de Unie, zowel binnen de Unie als op mondiaal niveau. De Raad heeft in zijn conclusies van 20 juni 2017 bevestigd dat de Unie en haar lidstaten vastbesloten zijn de Agenda 2030 op volledige, samenhangende, alomvattende, geïntegreerde en doeltreffende wijze en in nauwe samenwerking met partners en andere stakeholders uit te voeren. De Commissie heeft op 11 december 2019 haar mededeling over de Europese Green Deal gepubliceerd.
|
Bevordert de coronocrisis innovatie van onderwijs en opleiden of juist niet?
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Ik krijg deze vraag regelmatig, als ik met mensen in gesprek ben over de gevolgen van de coronacrisis voor leren, opleiden en onderwijs. Een eenvoudig antwoord is m.i. niet te geven.
Binnen de cursus Innoveren binnen het onderwijs van de Open Universiteit gebruiken we de volgende definitie van een onderwijsinnovatie:
een nieuw of significant verbeterd product, proces, organisatiemethode of organisatie
die zelf is ontwikkeld door of die een significante impact heeft op
de activiteiten van een onderwijsinstelling en/of andere belanghebbenden uit het onderwijs.
Een onderwijsinnovatie heeft ook een positief effect op het uitvoeren van de wettelijke opdracht van de onderwijsorganisatie. Een onderwijsinnovatie reduceert daarmee problemen voortkomend uit het niet volledig (kunnen) uitvoeren van de wettelijke opdracht.
Onderwijsinnovaties kunnen op meerdere niveaus worden geïnitieerd (beleid, organisatie, curriculum, leersituatie). Verschillende ontwikkelingen kunnen onderwijsinnovaties bevorderen.
Als gevolg van COVID-19 zijn veel onderwijsinstellingen en opleidingsinstituten (noodgedwongen) over gegaan op online en blended learning. Met name het gebruik van synchroon, live, online leren heeft een hoge vlucht genomen. Docenten maken gebruik van technologieën die zij eerder niet of nauwelijks inzetten.
Uiteraard levert dit de nodige ‘leerervaringen’ op. Zowel ten goede, als ten kwade. En voor alle betrokkenen (ook de ed tech-bedrijven).
|
Bevordert de coronocrisis innovatie van onderwijs en opleiden of juist niet?
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Ik krijg deze vraag regelmatig, als ik met mensen in gesprek ben over de gevolgen van de coronacrisis voor leren, opleiden en onderwijs. Een eenvoudig antwoord is m.i. niet te geven.
Binnen de cursus Innoveren binnen het onderwijs van de Open Universiteit gebruiken we de volgende definitie van een onderwijsinnovatie:
een nieuw of significant verbeterd product, proces, organisatiemethode of organisatie
die zelf is ontwikkeld door of die een significante impact heeft op
de activiteiten van een onderwijsinstelling en/of andere belanghebbenden uit het onderwijs.
Een onderwijsinnovatie heeft ook een positief effect op het uitvoeren van de wettelijke opdracht van de onderwijsorganisatie. Een onderwijsinnovatie reduceert daarmee problemen voortkomend uit het niet volledig (kunnen) uitvoeren van de wettelijke opdracht.
Onderwijsinnovaties kunnen op meerdere niveaus worden geïnitieerd (beleid, organisatie, curriculum, leersituatie). Verschillende ontwikkelingen kunnen onderwijsinnovaties bevorderen.
Als gevolg van COVID-19 zijn veel onderwijsinstellingen en opleidingsinstituten (noodgedwongen) over gegaan op online en blended learning. Met name het gebruik van synchroon, live, online leren heeft een hoge vlucht genomen. Docenten maken gebruik van technologieën die zij eerder niet of nauwelijks inzetten.
Uiteraard levert dit de nodige ‘leerervaringen’ op. Zowel ten goede, als ten kwade. En voor alle betrokkenen (ook de ed tech-bedrijven).
|
Bevordert de coronocrisis innovatie van onderwijs en opleiden of juist niet?
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Ik krijg deze vraag regelmatig, als ik met mensen in gesprek ben over de gevolgen van de coronacrisis voor leren, opleiden en onderwijs. Een eenvoudig antwoord is m.i. niet te geven.
Binnen de cursus Innoveren binnen het onderwijs van de Open Universiteit gebruiken we de volgende definitie van een onderwijsinnovatie:
een nieuw of significant verbeterd product, proces, organisatiemethode of organisatie
die zelf is ontwikkeld door of die een significante impact heeft op
de activiteiten van een onderwijsinstelling en/of andere belanghebbenden uit het onderwijs.
Een onderwijsinnovatie heeft ook een positief effect op het uitvoeren van de wettelijke opdracht van de onderwijsorganisatie. Een onderwijsinnovatie reduceert daarmee problemen voortkomend uit het niet volledig (kunnen) uitvoeren van de wettelijke opdracht.
Onderwijsinnovaties kunnen op meerdere niveaus worden geïnitieerd (beleid, organisatie, curriculum, leersituatie). Verschillende ontwikkelingen kunnen onderwijsinnovaties bevorderen.
Als gevolg van COVID-19 zijn veel onderwijsinstellingen en opleidingsinstituten (noodgedwongen) over gegaan op online en blended learning. Met name het gebruik van synchroon, live, online leren heeft een hoge vlucht genomen. Docenten maken gebruik van technologieën die zij eerder niet of nauwelijks inzetten.
Uiteraard levert dit de nodige ‘leerervaringen’ op. Zowel ten goede, als ten kwade. En voor alle betrokkenen (ook de ed tech-bedrijven).
|
Bevroren goud
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bevroren goud
Cilla & Rolf Börjlind
Vertaald door Corry van Bree
Verschijnt 22 september 2020
Fragment
Politiebureau, Stockholm, 1999
Arne Rönning hield niet van de donkere novembermaand. Hij werd er
depressief van en kreeg slaapproblemen, maar zodra het december
werd verbeterde zijn humeur. Op dit moment was het midden november
en het regende pijpenstelen. Hij draaide zich van het raam af en
keek naar het donkerharige meisje dat achter zijn bureau zat. Het
was zijn dochter, de twaalfjarige Olivia. Ze had vanochtend pijn
in haar keel gehad en wilde niet naar school. Haar moeder moest
’s ochtends in de rechtbank zijn en Arne had haar niet alleen
thuis willen laten, dus had hij haar voor een paar uur meegenomen
naar het politiebureau. Maria zou haar rond lunchtijd ophalen. Hij
wist dat het niet druk was op het werk, dus zou het geen probleem
zijn.
Olivia had zijn boekenplanken bekeken en had een deel van de serie
Scandinavische Misdaadkronieken gepakt omdat er geen andere boeken
stonden. De rest van de planken werd in beslag genomen door mappen
en ordners. Nu bladerde ze in het boek. Arne vond het niet de
meest geschikte literatuur voor een twaalfjarige, vooral niet
omdat er veel foto’s van plaatsen delict in stonden.
‘Maar ik wil erin kijken,’ reageerde Olivia meteen.
|
Bevroren goud
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bevroren goud
Cilla & Rolf Börjlind
Vertaald door Corry van Bree
Verschijnt 22 september 2020
Fragment
Politiebureau, Stockholm, 1999
Arne Rönning hield niet van de donkere novembermaand. Hij werd er
depressief van en kreeg slaapproblemen, maar zodra het december
werd verbeterde zijn humeur. Op dit moment was het midden november
en het regende pijpenstelen. Hij draaide zich van het raam af en
keek naar het donkerharige meisje dat achter zijn bureau zat. Het
was zijn dochter, de twaalfjarige Olivia. Ze had vanochtend pijn
in haar keel gehad en wilde niet naar school. Haar moeder moest
’s ochtends in de rechtbank zijn en Arne had haar niet alleen
thuis willen laten, dus had hij haar voor een paar uur meegenomen
naar het politiebureau. Maria zou haar rond lunchtijd ophalen. Hij
wist dat het niet druk was op het werk, dus zou het geen probleem
zijn.
Olivia had zijn boekenplanken bekeken en had een deel van de serie
Scandinavische Misdaadkronieken gepakt omdat er geen andere boeken
stonden. De rest van de planken werd in beslag genomen door mappen
en ordners. Nu bladerde ze in het boek. Arne vond het niet de
meest geschikte literatuur voor een twaalfjarige, vooral niet
omdat er veel foto’s van plaatsen delict in stonden.
‘Maar ik wil erin kijken,’ reageerde Olivia meteen.
|
Bevroren goud
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bevroren goud
Cilla & Rolf Börjlind
Vertaald door Corry van Bree
Verschijnt 22 september 2020
Fragment
Politiebureau, Stockholm, 1999
Arne Rönning hield niet van de donkere novembermaand. Hij werd er
depressief van en kreeg slaapproblemen, maar zodra het december
werd verbeterde zijn humeur. Op dit moment was het midden november
en het regende pijpenstelen. Hij draaide zich van het raam af en
keek naar het donkerharige meisje dat achter zijn bureau zat. Het
was zijn dochter, de twaalfjarige Olivia. Ze had vanochtend pijn
in haar keel gehad en wilde niet naar school. Haar moeder moest
’s ochtends in de rechtbank zijn en Arne had haar niet alleen
thuis willen laten, dus had hij haar voor een paar uur meegenomen
naar het politiebureau. Maria zou haar rond lunchtijd ophalen. Hij
wist dat het niet druk was op het werk, dus zou het geen probleem
zijn.
Olivia had zijn boekenplanken bekeken en had een deel van de serie
Scandinavische Misdaadkronieken gepakt omdat er geen andere boeken
stonden. De rest van de planken werd in beslag genomen door mappen
en ordners. Nu bladerde ze in het boek. Arne vond het niet de
meest geschikte literatuur voor een twaalfjarige, vooral niet
omdat er veel foto’s van plaatsen delict in stonden.
‘Maar ik wil erin kijken,’ reageerde Olivia meteen.
|
Bewegen doe je met de trein
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Reizen met de trein en bewegen horen bij elkaar, want als u met de trein reist beweegt u onbewust meer dan u denkt! Dat klinkt misschien gek, maar door met het openbaar vervoer te reizen beweegt u al snel 30 minuten per dag. Bijvoorbeeld wanneer u fietst naar het station, naar het perron loopt en wandelt naar uw eindbestemming.
NS is supporter van bewegen
Dat bewegen belangrijk is om fit en gezond te blijven, merken steeds meer Nederlanders. Het is zelfs zo dat 22 van de 50 grootste sportevenementen in Nederland tegenwoordig hardlopen of wandel-gerelateerd zijn. Het is dus niet vreemd dat miljoenen Nederlanders tegenwoordig een stukje hardlopen of een wandeling maken.
NS moedigt iedereen aan te wandelen of hard te lopen. Als Supporter van bewegen zijn we aanwezig op de talloze hardloop- en wandelevenementen die Nederland rijk is. Op stations helpen we sporters en supporters door ze te informeren en te begeleiden naar de start en finish. Daarnaast bieden we NS-wandelingen aan, van station naar station.
Evenementen
Supporter van bewegen is dit jaar te vinden op heel veel Nederlandse wandel- en hardloopevenementen. Zo zijn we bijvoorbeeld aanwezig bij de Marathon Rotterdam, de Nijmeegse Vierdaagse en de Dam tot Damloop. Samen met ons enthousiaste hup-team brengen we u door heel Nederland in de juiste stemming voor wandel- en hardloopevenementen.
|
Bewegen doe je met de trein
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Reizen met de trein en bewegen horen bij elkaar, want als u met de trein reist beweegt u onbewust meer dan u denkt! Dat klinkt misschien gek, maar door met het openbaar vervoer te reizen beweegt u al snel 30 minuten per dag. Bijvoorbeeld wanneer u fietst naar het station, naar het perron loopt en wandelt naar uw eindbestemming.
NS is supporter van bewegen
Dat bewegen belangrijk is om fit en gezond te blijven, merken steeds meer Nederlanders. Het is zelfs zo dat 22 van de 50 grootste sportevenementen in Nederland tegenwoordig hardlopen of wandel-gerelateerd zijn. Het is dus niet vreemd dat miljoenen Nederlanders tegenwoordig een stukje hardlopen of een wandeling maken.
NS moedigt iedereen aan te wandelen of hard te lopen. Als Supporter van bewegen zijn we aanwezig op de talloze hardloop- en wandelevenementen die Nederland rijk is. Op stations helpen we sporters en supporters door ze te informeren en te begeleiden naar de start en finish. Daarnaast bieden we NS-wandelingen aan, van station naar station.
Evenementen
Supporter van bewegen is dit jaar te vinden op heel veel Nederlandse wandel- en hardloopevenementen. Zo zijn we bijvoorbeeld aanwezig bij de Marathon Rotterdam, de Nijmeegse Vierdaagse en de Dam tot Damloop. Samen met ons enthousiaste hup-team brengen we u door heel Nederland in de juiste stemming voor wandel- en hardloopevenementen.
|
Bewegen doe je met de trein
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Reizen met de trein en bewegen horen bij elkaar, want als u met de trein reist beweegt u onbewust meer dan u denkt! Dat klinkt misschien gek, maar door met het openbaar vervoer te reizen beweegt u al snel 30 minuten per dag. Bijvoorbeeld wanneer u fietst naar het station, naar het perron loopt en wandelt naar uw eindbestemming.
NS is supporter van bewegen
Dat bewegen belangrijk is om fit en gezond te blijven, merken steeds meer Nederlanders. Het is zelfs zo dat 22 van de 50 grootste sportevenementen in Nederland tegenwoordig hardlopen of wandel-gerelateerd zijn. Het is dus niet vreemd dat miljoenen Nederlanders tegenwoordig een stukje hardlopen of een wandeling maken.
NS moedigt iedereen aan te wandelen of hard te lopen. Als Supporter van bewegen zijn we aanwezig op de talloze hardloop- en wandelevenementen die Nederland rijk is. Op stations helpen we sporters en supporters door ze te informeren en te begeleiden naar de start en finish. Daarnaast bieden we NS-wandelingen aan, van station naar station.
Evenementen
Supporter van bewegen is dit jaar te vinden op heel veel Nederlandse wandel- en hardloopevenementen. Zo zijn we bijvoorbeeld aanwezig bij de Marathon Rotterdam, de Nijmeegse Vierdaagse en de Dam tot Damloop. Samen met ons enthousiaste hup-team brengen we u door heel Nederland in de juiste stemming voor wandel- en hardloopevenementen.
|
Bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren en hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren en hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken
Vanaf 30 november heb ik geblogd over online bijeenkomsten die ik als deelnemer heb bijgewoond. Vandaag mocht ik weer zelf presenteren, tijdens de Onderwijsdag 2020 “Samen sterk in blended onderwijs” van de Universiteit Hasselt. Ik heb een webinar verzorgd over bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren, en een workshop over hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken.
Tijdens het webinar ben ik ingegaan op acht principes uit “Wijze lessen. Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek” en David Merrill’s First principles of instruction.
De organisatie had mij gevraagd om ook innovatieve toepassingen als voorbeeld te noemen.
Laat leerstof actief verwerken. Je onthoudt leerstof beter als je deze actief verwerkt, in plaats van passief consumeert. Ik heb daarbij drie vormen van interactie onderscheiden. Interactie tussen lerenden kun je bijvoorbeeld online realiseren door middel van break-out room opdrachten. Als voorbeeld van lerende-content interactie heb ik virtual en augmented reality genoemd. Ik heb daarbij ook verwezen naar hubs.mozilla.com waarin je zelf VR-omgevingen kunt maken.
Besteed voldoende tijd aan duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie. Als studenten niet begrijpen wat er geleerd moet worden, wordt leren lastig. Afgebakende lesfasen en doelen brengen structuur. Uitdagende doelen en een snel lestempo in een warm leerklimaat motiveren je leerlingen.
|
Bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren en hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren en hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken
Vanaf 30 november heb ik geblogd over online bijeenkomsten die ik als deelnemer heb bijgewoond. Vandaag mocht ik weer zelf presenteren, tijdens de Onderwijsdag 2020 “Samen sterk in blended onderwijs” van de Universiteit Hasselt. Ik heb een webinar verzorgd over bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren, en een workshop over hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken.
Tijdens het webinar ben ik ingegaan op acht principes uit “Wijze lessen. Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek” en David Merrill’s First principles of instruction.
De organisatie had mij gevraagd om ook innovatieve toepassingen als voorbeeld te noemen.
Laat leerstof actief verwerken. Je onthoudt leerstof beter als je deze actief verwerkt, in plaats van passief consumeert. Ik heb daarbij drie vormen van interactie onderscheiden. Interactie tussen lerenden kun je bijvoorbeeld online realiseren door middel van break-out room opdrachten. Als voorbeeld van lerende-content interactie heb ik virtual en augmented reality genoemd. Ik heb daarbij ook verwezen naar hubs.mozilla.com waarin je zelf VR-omgevingen kunt maken.
Besteed voldoende tijd aan duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie. Als studenten niet begrijpen wat er geleerd moet worden, wordt leren lastig. Afgebakende lesfasen en doelen brengen structuur. Uitdagende doelen en een snel lestempo in een warm leerklimaat motiveren je leerlingen.
|
Bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren en hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren en hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken
Vanaf 30 november heb ik geblogd over online bijeenkomsten die ik als deelnemer heb bijgewoond. Vandaag mocht ik weer zelf presenteren, tijdens de Onderwijsdag 2020 “Samen sterk in blended onderwijs” van de Universiteit Hasselt. Ik heb een webinar verzorgd over bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren, en een workshop over hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken.
Tijdens het webinar ben ik ingegaan op acht principes uit “Wijze lessen. Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek” en David Merrill’s First principles of instruction.
De organisatie had mij gevraagd om ook innovatieve toepassingen als voorbeeld te noemen.
Laat leerstof actief verwerken. Je onthoudt leerstof beter als je deze actief verwerkt, in plaats van passief consumeert. Ik heb daarbij drie vormen van interactie onderscheiden. Interactie tussen lerenden kun je bijvoorbeeld online realiseren door middel van break-out room opdrachten. Als voorbeeld van lerende-content interactie heb ik virtual en augmented reality genoemd. Ik heb daarbij ook verwezen naar hubs.mozilla.com waarin je zelf VR-omgevingen kunt maken.
Besteed voldoende tijd aan duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie. Als studenten niet begrijpen wat er geleerd moet worden, wordt leren lastig. Afgebakende lesfasen en doelen brengen structuur. Uitdagende doelen en een snel lestempo in een warm leerklimaat motiveren je leerlingen.
|
Big
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Vandaag kreeg ik met de post een briefje.
Ik nam het mee naar de keuken en scheurde het open.
Dit stond erin.
Lieve Dizzy,
Hoe gaat het met jou?
Ze wilden hier dat ik je in ieder geval een jaar met rust
zou laten. En dat heb ik gedaan.
Ze zeiden tegen mij, als je er over een jaar nog steeds
zo over denkt, dan mag je haar een briefje sturen.
Dit is dat briefje.
Waar ik nog steeds zo over denk is dat ik je graag weer
wil zien.
Kom je me een keer opzoeken? Dat zou ik heel leuk
vinden, bloedzuster.
Zo, nu heb ik het gezegd.
Ik wacht met spanning af of je terugschrijft, of liever óf
je komt.
Groetjes, Big.
Ik las het briefje nog een keer en mijn handen begonnen
te trillen.
Mijn moeder liep langs met een beker koffie. ‘Wat is dat,
schat?’ vroeg ze.
‘Een briefje van Big,’ zei ik.
Ze zette haar kop met een klap op tafel. Ze pakte het
briefje tussen mijn bevende vingers vandaan. Ze las het
en zuchtte. Beet even op haar onderlip.
‘Houdt het dan nooit op?’ zei mijn moeder.
|
Big
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Vandaag kreeg ik met de post een briefje.
Ik nam het mee naar de keuken en scheurde het open.
Dit stond erin.
Lieve Dizzy,
Hoe gaat het met jou?
Ze wilden hier dat ik je in ieder geval een jaar met rust
zou laten. En dat heb ik gedaan.
Ze zeiden tegen mij, als je er over een jaar nog steeds
zo over denkt, dan mag je haar een briefje sturen.
Dit is dat briefje.
Waar ik nog steeds zo over denk is dat ik je graag weer
wil zien.
Kom je me een keer opzoeken? Dat zou ik heel leuk
vinden, bloedzuster.
Zo, nu heb ik het gezegd.
Ik wacht met spanning af of je terugschrijft, of liever óf
je komt.
Groetjes, Big.
Ik las het briefje nog een keer en mijn handen begonnen
te trillen.
Mijn moeder liep langs met een beker koffie. ‘Wat is dat,
schat?’ vroeg ze.
‘Een briefje van Big,’ zei ik.
Ze zette haar kop met een klap op tafel. Ze pakte het
briefje tussen mijn bevende vingers vandaan. Ze las het
en zuchtte. Beet even op haar onderlip.
‘Houdt het dan nooit op?’ zei mijn moeder.
|
Big
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Vandaag kreeg ik met de post een briefje.
Ik nam het mee naar de keuken en scheurde het open.
Dit stond erin.
Lieve Dizzy,
Hoe gaat het met jou?
Ze wilden hier dat ik je in ieder geval een jaar met rust
zou laten. En dat heb ik gedaan.
Ze zeiden tegen mij, als je er over een jaar nog steeds
zo over denkt, dan mag je haar een briefje sturen.
Dit is dat briefje.
Waar ik nog steeds zo over denk is dat ik je graag weer
wil zien.
Kom je me een keer opzoeken? Dat zou ik heel leuk
vinden, bloedzuster.
Zo, nu heb ik het gezegd.
Ik wacht met spanning af of je terugschrijft, of liever óf
je komt.
Groetjes, Big.
Ik las het briefje nog een keer en mijn handen begonnen
te trillen.
Mijn moeder liep langs met een beker koffie. ‘Wat is dat,
schat?’ vroeg ze.
‘Een briefje van Big,’ zei ik.
Ze zette haar kop met een klap op tafel. Ze pakte het
briefje tussen mijn bevende vingers vandaan. Ze las het
en zuchtte. Beet even op haar onderlip.
‘Houdt het dan nooit op?’ zei mijn moeder.
|
Bij the rent company draait alles om service
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bij The Rent Company draait alles om service
Maya van der Schuit
op 23 september 2020
Een gesprek met Willem van de Kerkhof, directeur innovatie bij The Rent Company
De service een upgrade geven, dat was de wens van The Rent Company. “We wilden onze klantenservice verbeteren en slimmer inrichten”, vertelt Willem van de Kerkhof, directeur innovatie bij The Rent Company. Om die wens in vervulling te laten gaan, koos het bedrijf voor de koppeling tussen de klantenservicesoftware van ROBIN en de telefonieoplossing van Voys.
The Rent Company is specialist op het gebied van digitaal leren: het bedrijf verhuurt en verkoopt op laagdrempelige wijze full-service laptops aan ouders van middelbareschoolleerlingen. Dat betekent dat de laptop is gekozen samen met de school, dat die meteen gebruiksklaar en gepersonaliseerd is, er leenlaptops zijn bij reparatie en dat service, garantie en verzekering goed geregeld zijn. De scholieren hebben zo toegang tot de elektronische leeromgeving en digitale lesmethodes van hun school.
Het snelgroeiende The Rent Company is opgericht in 2004 met als motto ‘iedereen toegang tot digitaal onderwijs’. Anno 2020 gebruikt één op de vijf leerlingen verspreid over vijfhonderd scholen in Nederland een schoollaptop van het bedrijf. Ook is het bedrijf in België actief.
In het voorjaar van 2020 ging The Rent Company op zoek naar een nieuwe crm- en telefonieoplossing om de klantenservice een upgrade te geven.
|
Bij the rent company draait alles om service
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bij The Rent Company draait alles om service
Maya van der Schuit
op 23 september 2020
Een gesprek met Willem van de Kerkhof, directeur innovatie bij The Rent Company
De service een upgrade geven, dat was de wens van The Rent Company. “We wilden onze klantenservice verbeteren en slimmer inrichten”, vertelt Willem van de Kerkhof, directeur innovatie bij The Rent Company. Om die wens in vervulling te laten gaan, koos het bedrijf voor de koppeling tussen de klantenservicesoftware van ROBIN en de telefonieoplossing van Voys.
The Rent Company is specialist op het gebied van digitaal leren: het bedrijf verhuurt en verkoopt op laagdrempelige wijze full-service laptops aan ouders van middelbareschoolleerlingen. Dat betekent dat de laptop is gekozen samen met de school, dat die meteen gebruiksklaar en gepersonaliseerd is, er leenlaptops zijn bij reparatie en dat service, garantie en verzekering goed geregeld zijn. De scholieren hebben zo toegang tot de elektronische leeromgeving en digitale lesmethodes van hun school.
Het snelgroeiende The Rent Company is opgericht in 2004 met als motto ‘iedereen toegang tot digitaal onderwijs’. Anno 2020 gebruikt één op de vijf leerlingen verspreid over vijfhonderd scholen in Nederland een schoollaptop van het bedrijf. Ook is het bedrijf in België actief.
In het voorjaar van 2020 ging The Rent Company op zoek naar een nieuwe crm- en telefonieoplossing om de klantenservice een upgrade te geven.
|
Bij the rent company draait alles om service
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bij The Rent Company draait alles om service
Maya van der Schuit
op 23 september 2020
Een gesprek met Willem van de Kerkhof, directeur innovatie bij The Rent Company
De service een upgrade geven, dat was de wens van The Rent Company. “We wilden onze klantenservice verbeteren en slimmer inrichten”, vertelt Willem van de Kerkhof, directeur innovatie bij The Rent Company. Om die wens in vervulling te laten gaan, koos het bedrijf voor de koppeling tussen de klantenservicesoftware van ROBIN en de telefonieoplossing van Voys.
The Rent Company is specialist op het gebied van digitaal leren: het bedrijf verhuurt en verkoopt op laagdrempelige wijze full-service laptops aan ouders van middelbareschoolleerlingen. Dat betekent dat de laptop is gekozen samen met de school, dat die meteen gebruiksklaar en gepersonaliseerd is, er leenlaptops zijn bij reparatie en dat service, garantie en verzekering goed geregeld zijn. De scholieren hebben zo toegang tot de elektronische leeromgeving en digitale lesmethodes van hun school.
Het snelgroeiende The Rent Company is opgericht in 2004 met als motto ‘iedereen toegang tot digitaal onderwijs’. Anno 2020 gebruikt één op de vijf leerlingen verspreid over vijfhonderd scholen in Nederland een schoollaptop van het bedrijf. Ook is het bedrijf in België actief.
In het voorjaar van 2020 ging The Rent Company op zoek naar een nieuwe crm- en telefonieoplossing om de klantenservice een upgrade te geven.
|
Bijtanken van de dieseltanks van onze datacenters
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Om beschikbaarheid te kunnen garanderen is het belangrijk dat het datacenter waar bedrijfskritische IT-apparatuur staat, voorzien is van een betrouwbare infrastructuur. Misschien wel één van de belangrijkste onderdelen hiervan is de stroom- en noodstroomvoorziening. Als de stroom wegvalt moet je er blindelings op kunnen vertrouwen dat de noodstroomvoorziening het naadloos overneemt. Bij BIT testen we maandelijks de noodstroomvoorzieningen en voeren we ieder half jaar een ‘black-building-test’ uit, zodat we zeker weten dat de noodstroomvoorziening ook daadwerkelijk werkt op het moment dat het nodig is.
Op het moment dat de stroom uitvalt, voeden redundante UPS-systemen de apparatuur totdat de dieselaggregaten zijn opgestart en stroom leveren. De aggregaten (in redundante set-up) leveren op dat moment 3 x 1750kVA (wat vergelijkbaar is met de stroomvoorziening van een dorp met ca. 25.000 inwoners voor twee dagen op vol vermogen) om ons datacenter BIT-2BCD van stroom te voorzien. De dieselopslagtanks worden gebruikt om de noodstroomaggregaten van brandstof te voorzien. Gemiddeld twee keer per jaar worden deze tanks bijgevuld.
Hoe gaat dit in z’n werk?
De dieseltanks van de aggregaten voor BIT-2BCD hebben een capaciteit van 3 x 15.000 liter en staan apart opgesteld in afgesloten brandcompartimenten. Een aggregaat kan ongeveer twee dagen op een volle tank draaien en elke tank kan vanuit twee tanks gevoed worden.
|
Bijtanken van de dieseltanks van onze datacenters
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Om beschikbaarheid te kunnen garanderen is het belangrijk dat het datacenter waar bedrijfskritische IT-apparatuur staat, voorzien is van een betrouwbare infrastructuur. Misschien wel één van de belangrijkste onderdelen hiervan is de stroom- en noodstroomvoorziening. Als de stroom wegvalt moet je er blindelings op kunnen vertrouwen dat de noodstroomvoorziening het naadloos overneemt. Bij BIT testen we maandelijks de noodstroomvoorzieningen en voeren we ieder half jaar een ‘black-building-test’ uit, zodat we zeker weten dat de noodstroomvoorziening ook daadwerkelijk werkt op het moment dat het nodig is.
Op het moment dat de stroom uitvalt, voeden redundante UPS-systemen de apparatuur totdat de dieselaggregaten zijn opgestart en stroom leveren. De aggregaten (in redundante set-up) leveren op dat moment 3 x 1750kVA (wat vergelijkbaar is met de stroomvoorziening van een dorp met ca. 25.000 inwoners voor twee dagen op vol vermogen) om ons datacenter BIT-2BCD van stroom te voorzien. De dieselopslagtanks worden gebruikt om de noodstroomaggregaten van brandstof te voorzien. Gemiddeld twee keer per jaar worden deze tanks bijgevuld.
Hoe gaat dit in z’n werk?
De dieseltanks van de aggregaten voor BIT-2BCD hebben een capaciteit van 3 x 15.000 liter en staan apart opgesteld in afgesloten brandcompartimenten. Een aggregaat kan ongeveer twee dagen op een volle tank draaien en elke tank kan vanuit twee tanks gevoed worden.
|
Bijtanken van de dieseltanks van onze datacenters
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Om beschikbaarheid te kunnen garanderen is het belangrijk dat het datacenter waar bedrijfskritische IT-apparatuur staat, voorzien is van een betrouwbare infrastructuur. Misschien wel één van de belangrijkste onderdelen hiervan is de stroom- en noodstroomvoorziening. Als de stroom wegvalt moet je er blindelings op kunnen vertrouwen dat de noodstroomvoorziening het naadloos overneemt. Bij BIT testen we maandelijks de noodstroomvoorzieningen en voeren we ieder half jaar een ‘black-building-test’ uit, zodat we zeker weten dat de noodstroomvoorziening ook daadwerkelijk werkt op het moment dat het nodig is.
Op het moment dat de stroom uitvalt, voeden redundante UPS-systemen de apparatuur totdat de dieselaggregaten zijn opgestart en stroom leveren. De aggregaten (in redundante set-up) leveren op dat moment 3 x 1750kVA (wat vergelijkbaar is met de stroomvoorziening van een dorp met ca. 25.000 inwoners voor twee dagen op vol vermogen) om ons datacenter BIT-2BCD van stroom te voorzien. De dieselopslagtanks worden gebruikt om de noodstroomaggregaten van brandstof te voorzien. Gemiddeld twee keer per jaar worden deze tanks bijgevuld.
Hoe gaat dit in z’n werk?
De dieseltanks van de aggregaten voor BIT-2BCD hebben een capaciteit van 3 x 15.000 liter en staan apart opgesteld in afgesloten brandcompartimenten. Een aggregaat kan ongeveer twee dagen op een volle tank draaien en elke tank kan vanuit twee tanks gevoed worden.
|
Bijzonder recht
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
bijzonder recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van een bestuursorgaan aan een beperkt aantal ondernemingen wordt verleend en waarbij binnen een bepaald geografisch gebied:
a.het aantal van deze ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan volgens objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria tot twee of meer wordt beperkt,
b.verscheidene concurrerende ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan volgens deze criteria worden aangewezen, of
c.op een andere wijze dan volgens deze criteria aan een of meer ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen voordelen worden toegekend, waardoor enige andere onderneming aanzienlijk wordt belemmerd in de mogelijkheid om dezelfde activiteiten binnen hetzelfde geografische gebied onder in wezen dezelfde omstandigheden uit te oefenen;
|
Bijzonder recht
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
bijzonder recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van een bestuursorgaan aan een beperkt aantal ondernemingen wordt verleend en waarbij binnen een bepaald geografisch gebied:
a.het aantal van deze ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan volgens objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria tot twee of meer wordt beperkt,
b.verscheidene concurrerende ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan volgens deze criteria worden aangewezen, of
c.op een andere wijze dan volgens deze criteria aan een of meer ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen voordelen worden toegekend, waardoor enige andere onderneming aanzienlijk wordt belemmerd in de mogelijkheid om dezelfde activiteiten binnen hetzelfde geografische gebied onder in wezen dezelfde omstandigheden uit te oefenen;
|
Bijzonder recht
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
bijzonder recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van een bestuursorgaan aan een beperkt aantal ondernemingen wordt verleend en waarbij binnen een bepaald geografisch gebied:
a.het aantal van deze ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan volgens objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria tot twee of meer wordt beperkt,
b.verscheidene concurrerende ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan volgens deze criteria worden aangewezen, of
c.op een andere wijze dan volgens deze criteria aan een of meer ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen voordelen worden toegekend, waardoor enige andere onderneming aanzienlijk wordt belemmerd in de mogelijkheid om dezelfde activiteiten binnen hetzelfde geografische gebied onder in wezen dezelfde omstandigheden uit te oefenen;
|
Bioscoop
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
In een bioscoop kijken mensen naar een film. In een grote bioscoop zitten soms wel een paar honderd mensen. Zij zien allemaal dezelfde film. Met veel mensen kijken is gezellig. De meeste bioscopen staan in het centrum van een stad. Thuis kun je ook naar een film kijken. Thuis kijk je alleen. Of je kijkt samen met je vriend of vriendin. Alleen kijken is soms ook heerlijk. Je kunt een film huren in een videotheek. Thuis kijken is rustig en goedkoop.
|
Bioscoop
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
In een bioscoop kijken mensen naar een film. In een grote bioscoop zitten soms wel een paar honderd mensen. Zij zien allemaal dezelfde film. Met veel mensen kijken is gezellig. De meeste bioscopen staan in het centrum van een stad. Thuis kun je ook naar een film kijken. Thuis kijk je alleen. Of je kijkt samen met je vriend of vriendin. Alleen kijken is soms ook heerlijk. Je kunt een film huren in een videotheek. Thuis kijken is rustig en goedkoop.
|
Bioscoop
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
In een bioscoop kijken mensen naar een film. In een grote bioscoop zitten soms wel een paar honderd mensen. Zij zien allemaal dezelfde film. Met veel mensen kijken is gezellig. De meeste bioscopen staan in het centrum van een stad. Thuis kun je ook naar een film kijken. Thuis kijk je alleen. Of je kijkt samen met je vriend of vriendin. Alleen kijken is soms ook heerlijk. Je kunt een film huren in een videotheek. Thuis kijken is rustig en goedkoop.
|
BIT heeft nu ook reverse DNS-zones met DNSSEC ondertekend
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Internet werkt met domeinnamen en IP-adressen. Bij een domeinnaam hoort een IP-adres en die koppeling is bij BIT al een aantal jaar beschermd door de implementatie van DNSSEC-handtekeningen op het DNS-verkeer.
DNSSEC
Klanten die dat willen kunnen DNSSEC in de BIT-Portal laten inschakelen voor hun domeinnamen. Hiermee wordt simpel gezegd, gezorgd dat antwoorden van het DNS niet 'onderweg' kunnen worden aangepast, waarmee er meer zekerheid ontstaat dat als je https://example.nl bezoekt, je ook echt naar de servers van example.nl wordt verwezen.
Reverse DNSSEC
Sinds begin augustus heeft BIT ook al zijn "reverse DNS-zones" met DNSSEC ondertekend. Zowel voor IPv4 als voor IPv6-adressen! Want bij domeinnamen hoort een IP-adres, maar andersom zou je ook (grofweg) kunnen stellen dat IP-adressen altijd aan een naam gekoppeld zijn. Dit heet de 'reverse' van een IP-adres en staat net als voor domeinnamen ook in het DNS. Sinds augustus heeft BIT ook deze 'reverse DNS' met DNSSEC beveiligd!
Waarom nu pas? Terwijl we al jaren 'forward' DNSSEC implementeren? De stap van IP naar domeinnaam is veel minder belangrijk voor de veilige werking van internet dan de stap van domeinnaam naar IP.
|
BIT heeft nu ook reverse DNS-zones met DNSSEC ondertekend
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Internet werkt met domeinnamen en IP-adressen. Bij een domeinnaam hoort een IP-adres en die koppeling is bij BIT al een aantal jaar beschermd door de implementatie van DNSSEC-handtekeningen op het DNS-verkeer.
DNSSEC
Klanten die dat willen kunnen DNSSEC in de BIT-Portal laten inschakelen voor hun domeinnamen. Hiermee wordt simpel gezegd, gezorgd dat antwoorden van het DNS niet 'onderweg' kunnen worden aangepast, waarmee er meer zekerheid ontstaat dat als je https://example.nl bezoekt, je ook echt naar de servers van example.nl wordt verwezen.
Reverse DNSSEC
Sinds begin augustus heeft BIT ook al zijn "reverse DNS-zones" met DNSSEC ondertekend. Zowel voor IPv4 als voor IPv6-adressen! Want bij domeinnamen hoort een IP-adres, maar andersom zou je ook (grofweg) kunnen stellen dat IP-adressen altijd aan een naam gekoppeld zijn. Dit heet de 'reverse' van een IP-adres en staat net als voor domeinnamen ook in het DNS. Sinds augustus heeft BIT ook deze 'reverse DNS' met DNSSEC beveiligd!
Waarom nu pas? Terwijl we al jaren 'forward' DNSSEC implementeren? De stap van IP naar domeinnaam is veel minder belangrijk voor de veilige werking van internet dan de stap van domeinnaam naar IP.
|
BIT heeft nu ook reverse DNS-zones met DNSSEC ondertekend
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Internet werkt met domeinnamen en IP-adressen. Bij een domeinnaam hoort een IP-adres en die koppeling is bij BIT al een aantal jaar beschermd door de implementatie van DNSSEC-handtekeningen op het DNS-verkeer.
DNSSEC
Klanten die dat willen kunnen DNSSEC in de BIT-Portal laten inschakelen voor hun domeinnamen. Hiermee wordt simpel gezegd, gezorgd dat antwoorden van het DNS niet 'onderweg' kunnen worden aangepast, waarmee er meer zekerheid ontstaat dat als je https://example.nl bezoekt, je ook echt naar de servers van example.nl wordt verwezen.
Reverse DNSSEC
Sinds begin augustus heeft BIT ook al zijn "reverse DNS-zones" met DNSSEC ondertekend. Zowel voor IPv4 als voor IPv6-adressen! Want bij domeinnamen hoort een IP-adres, maar andersom zou je ook (grofweg) kunnen stellen dat IP-adressen altijd aan een naam gekoppeld zijn. Dit heet de 'reverse' van een IP-adres en staat net als voor domeinnamen ook in het DNS. Sinds augustus heeft BIT ook deze 'reverse DNS' met DNSSEC beveiligd!
Waarom nu pas? Terwijl we al jaren 'forward' DNSSEC implementeren? De stap van IP naar domeinnaam is veel minder belangrijk voor de veilige werking van internet dan de stap van domeinnaam naar IP.
|
BIT's nieuwe access-netwerk
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Het netwerk van BIT is de afgelopen jaren hard gegroeid. Net als het aantal klanten en het bandbreedtegebruik. Hoog tijd dus om een aantal grote aanpassingen in het netwerk door te voeren, zodat voorzien kan worden in verdere groei. Door het toepassen van nieuwe technieken is het netwerk robuuster en makkelijker voor klanten (meerdere uplinks).
We kunnen twee delen onderscheiden in het netwerk: het core-netwerk, wat gebruikt wordt voor het transport tussen de diverse datacenters waar BIT verbindingen met het internet heeft, en het access-netwerk waarop klanten aangesloten zijn en waarop BIT diverse diensten levert.
Voor het core-netwerk geldt dat het snel en betrouwbaar moet zijn, met weinig complexiteit in de configuratie. Het access-netwerk moet behalve snel en betrouwbaar ook kunnen voorzien in de eisen en wensen van allerlei verschillende klanten. Het moet dus een brede diversiteit aan configuraties, protocollen en merken hardware kunnen ondersteunen.
Doelen voor een nieuw access-netwerk
In 2016 is er een project gestart om de vernieuwing van het access-netwerk in gang te zetten. Hierbij zijn een aantal doelen gedefinieerd:
De capaciteit van het netwerk moet verhoogd worden om in de groei aan bandbreedtebehoefte te kunnen blijven voorzien;
De beschikbaarheid van het netwerk moet verder verhoogd worden, óók bij DDoS-aanvallen
|
BIT's nieuwe access-netwerk
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Het netwerk van BIT is de afgelopen jaren hard gegroeid. Net als het aantal klanten en het bandbreedtegebruik. Hoog tijd dus om een aantal grote aanpassingen in het netwerk door te voeren, zodat voorzien kan worden in verdere groei. Door het toepassen van nieuwe technieken is het netwerk robuuster en makkelijker voor klanten (meerdere uplinks).
We kunnen twee delen onderscheiden in het netwerk: het core-netwerk, wat gebruikt wordt voor het transport tussen de diverse datacenters waar BIT verbindingen met het internet heeft, en het access-netwerk waarop klanten aangesloten zijn en waarop BIT diverse diensten levert.
Voor het core-netwerk geldt dat het snel en betrouwbaar moet zijn, met weinig complexiteit in de configuratie. Het access-netwerk moet behalve snel en betrouwbaar ook kunnen voorzien in de eisen en wensen van allerlei verschillende klanten. Het moet dus een brede diversiteit aan configuraties, protocollen en merken hardware kunnen ondersteunen.
Doelen voor een nieuw access-netwerk
In 2016 is er een project gestart om de vernieuwing van het access-netwerk in gang te zetten. Hierbij zijn een aantal doelen gedefinieerd:
De capaciteit van het netwerk moet verhoogd worden om in de groei aan bandbreedtebehoefte te kunnen blijven voorzien;
De beschikbaarheid van het netwerk moet verder verhoogd worden, óók bij DDoS-aanvallen
|
BIT's nieuwe access-netwerk
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Het netwerk van BIT is de afgelopen jaren hard gegroeid. Net als het aantal klanten en het bandbreedtegebruik. Hoog tijd dus om een aantal grote aanpassingen in het netwerk door te voeren, zodat voorzien kan worden in verdere groei. Door het toepassen van nieuwe technieken is het netwerk robuuster en makkelijker voor klanten (meerdere uplinks).
We kunnen twee delen onderscheiden in het netwerk: het core-netwerk, wat gebruikt wordt voor het transport tussen de diverse datacenters waar BIT verbindingen met het internet heeft, en het access-netwerk waarop klanten aangesloten zijn en waarop BIT diverse diensten levert.
Voor het core-netwerk geldt dat het snel en betrouwbaar moet zijn, met weinig complexiteit in de configuratie. Het access-netwerk moet behalve snel en betrouwbaar ook kunnen voorzien in de eisen en wensen van allerlei verschillende klanten. Het moet dus een brede diversiteit aan configuraties, protocollen en merken hardware kunnen ondersteunen.
Doelen voor een nieuw access-netwerk
In 2016 is er een project gestart om de vernieuwing van het access-netwerk in gang te zetten. Hierbij zijn een aantal doelen gedefinieerd:
De capaciteit van het netwerk moet verhoogd worden om in de groei aan bandbreedtebehoefte te kunnen blijven voorzien;
De beschikbaarheid van het netwerk moet verder verhoogd worden, óók bij DDoS-aanvallen
|
Blauwe plekken
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Het was weer zover. Judith hoorde het aan de manier waarop
de voordeur werd dichtgeslagen; aan de stappen op de trap.
Haar adem stokte en haar blik vloog de kamer rond. Was
alles in orde? Niets wat opviel? Dat was het belangrijkste. Niets
mocht opvallen; zijzelf het allerminst.
Haar broertje Dennis stapelde een blokkentoren. Hij was zo
verdiept in zijn spel dat hij de stappen niet eens hoorde. Of
kwam het door de muziek… De radio!
Judith veerde overeind en draaide zenuwachtig het knopje
van de transistor om.
Te laat! Haar moeder stond al in de deuropening, haar jas
nog aan.
‘Mamma, mamma!’ Dennis liet zijn blokken meteen in de
steek en holde met uitgestrekte armen op haar af.
Het gezicht van haar moeder veranderde; dat gebeurde altijd
als ze naar Dennis keek. Ze tilde hem op en begon hem te
knuffelen.
‘Dat is nog eens een hartelijk welkom,’ zei ze.
Dennis knelde zijn armen om haar hals en plakte zoenen op
haar wangen.
‘Dag mamma,’ mompelde Judith. Ze bleef toekijken, de
armen slap langs haar lichaam. Ze zag hoe Dennis de kammetjes uit haar moeders haar trok en die in zijn eigen donkere krullen stak.
|
Blauwe plekken
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Het was weer zover. Judith hoorde het aan de manier waarop
de voordeur werd dichtgeslagen; aan de stappen op de trap.
Haar adem stokte en haar blik vloog de kamer rond. Was
alles in orde? Niets wat opviel? Dat was het belangrijkste. Niets
mocht opvallen; zijzelf het allerminst.
Haar broertje Dennis stapelde een blokkentoren. Hij was zo
verdiept in zijn spel dat hij de stappen niet eens hoorde. Of
kwam het door de muziek… De radio!
Judith veerde overeind en draaide zenuwachtig het knopje
van de transistor om.
Te laat! Haar moeder stond al in de deuropening, haar jas
nog aan.
‘Mamma, mamma!’ Dennis liet zijn blokken meteen in de
steek en holde met uitgestrekte armen op haar af.
Het gezicht van haar moeder veranderde; dat gebeurde altijd
als ze naar Dennis keek. Ze tilde hem op en begon hem te
knuffelen.
‘Dat is nog eens een hartelijk welkom,’ zei ze.
Dennis knelde zijn armen om haar hals en plakte zoenen op
haar wangen.
‘Dag mamma,’ mompelde Judith. Ze bleef toekijken, de
armen slap langs haar lichaam. Ze zag hoe Dennis de kammetjes uit haar moeders haar trok en die in zijn eigen donkere krullen stak.
|
Blauwe plekken
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Het was weer zover. Judith hoorde het aan de manier waarop
de voordeur werd dichtgeslagen; aan de stappen op de trap.
Haar adem stokte en haar blik vloog de kamer rond. Was
alles in orde? Niets wat opviel? Dat was het belangrijkste. Niets
mocht opvallen; zijzelf het allerminst.
Haar broertje Dennis stapelde een blokkentoren. Hij was zo
verdiept in zijn spel dat hij de stappen niet eens hoorde. Of
kwam het door de muziek… De radio!
Judith veerde overeind en draaide zenuwachtig het knopje
van de transistor om.
Te laat! Haar moeder stond al in de deuropening, haar jas
nog aan.
‘Mamma, mamma!’ Dennis liet zijn blokken meteen in de
steek en holde met uitgestrekte armen op haar af.
Het gezicht van haar moeder veranderde; dat gebeurde altijd
als ze naar Dennis keek. Ze tilde hem op en begon hem te
knuffelen.
‘Dat is nog eens een hartelijk welkom,’ zei ze.
Dennis knelde zijn armen om haar hals en plakte zoenen op
haar wangen.
‘Dag mamma,’ mompelde Judith. Ze bleef toekijken, de
armen slap langs haar lichaam. Ze zag hoe Dennis de kammetjes uit haar moeders haar trok en die in zijn eigen donkere krullen stak.
|
Blended learning als een reis
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Volgens Matt Donovan hebben we behoefte aan een nieuwe definitie van blended learning. Hij gebruikt daarbij de metafoor van een reis.
Donovan stelt:
With the disruption of digital transformation, we need to evolve the definition of blended learning to reflect the increasing complexity and efficacy of modern learning journeys.
Hij benadrukt de samenhang van de verschillende componenten die de ‘blend’ vormen. De som is meer dan het geheel der delen. Je kunt bij blended learning niet zo maar een component uit het arrangement halen. Het is een ‘ervaring als geheel’. Verder is belangrijk dat de lerende zelf controle heeft over de ervaring, waardoor de relevantie van het leren wordt vergroot.
Dat leidt dan volgens Donovan tot meer betrokkenheid van lerenden, minder uitval, betere voltooiingspercentages en betere prestaties in de hele organisatie.
In zijn bijdrage illustreert hij dit aan de hand van de reis die een medewerker maakt om sterker te worden op het gebied van ‘emotionele intelligentie’. Deze medewerker onderneemt over een langere periode diverse leeractiviteiten rond dit onderwerp.
Donovan benadrukt:
By focusing on user experience, data analytics, new disciplines, new design components, and the concept of negative space in learning, blended learning can be a strategy to elevate learning programs.
Los van het onderwerp van de ‘reis’ -het concept ‘emotionele intelligentie’
|
Blended learning als een reis
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Volgens Matt Donovan hebben we behoefte aan een nieuwe definitie van blended learning. Hij gebruikt daarbij de metafoor van een reis.
Donovan stelt:
With the disruption of digital transformation, we need to evolve the definition of blended learning to reflect the increasing complexity and efficacy of modern learning journeys.
Hij benadrukt de samenhang van de verschillende componenten die de ‘blend’ vormen. De som is meer dan het geheel der delen. Je kunt bij blended learning niet zo maar een component uit het arrangement halen. Het is een ‘ervaring als geheel’. Verder is belangrijk dat de lerende zelf controle heeft over de ervaring, waardoor de relevantie van het leren wordt vergroot.
Dat leidt dan volgens Donovan tot meer betrokkenheid van lerenden, minder uitval, betere voltooiingspercentages en betere prestaties in de hele organisatie.
In zijn bijdrage illustreert hij dit aan de hand van de reis die een medewerker maakt om sterker te worden op het gebied van ‘emotionele intelligentie’. Deze medewerker onderneemt over een langere periode diverse leeractiviteiten rond dit onderwerp.
Donovan benadrukt:
By focusing on user experience, data analytics, new disciplines, new design components, and the concept of negative space in learning, blended learning can be a strategy to elevate learning programs.
Los van het onderwerp van de ‘reis’ -het concept ‘emotionele intelligentie’
|
Blended learning als een reis
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Volgens Matt Donovan hebben we behoefte aan een nieuwe definitie van blended learning. Hij gebruikt daarbij de metafoor van een reis.
Donovan stelt:
With the disruption of digital transformation, we need to evolve the definition of blended learning to reflect the increasing complexity and efficacy of modern learning journeys.
Hij benadrukt de samenhang van de verschillende componenten die de ‘blend’ vormen. De som is meer dan het geheel der delen. Je kunt bij blended learning niet zo maar een component uit het arrangement halen. Het is een ‘ervaring als geheel’. Verder is belangrijk dat de lerende zelf controle heeft over de ervaring, waardoor de relevantie van het leren wordt vergroot.
Dat leidt dan volgens Donovan tot meer betrokkenheid van lerenden, minder uitval, betere voltooiingspercentages en betere prestaties in de hele organisatie.
In zijn bijdrage illustreert hij dit aan de hand van de reis die een medewerker maakt om sterker te worden op het gebied van ‘emotionele intelligentie’. Deze medewerker onderneemt over een langere periode diverse leeractiviteiten rond dit onderwerp.
Donovan benadrukt:
By focusing on user experience, data analytics, new disciplines, new design components, and the concept of negative space in learning, blended learning can be a strategy to elevate learning programs.
Los van het onderwerp van de ‘reis’ -het concept ‘emotionele intelligentie’
|
Bloed
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Inleiding
De meeste lichaamscellen komen niet in aanraking met het externe milieu en zijn niet in staat om direct voedsel of zuurstof op te nemen.
Ze zijn dus volledig afhankelijk van lichaamsvocht (bloed, weefselvocht en lymfe) dat langs de cel stroomt.
Deze vochtstromen zorgen voor een voortdurende aanvoer van nuttige stoffen en een voortdurende afvoer van schadelijke en overbodige stoffen.
Functies van bloed...?
Bloed... ?
Alle cellen van een organisme hebben energie nodig voor het werk dat ze doen. Die energie halen ze uit de verbranding van voedingsstoffen. Alleen bij eencellige organismen komen cellen direct in contact met het milieu. Uit het milieu komen de stoffen die nodig zijn en worden andere stoffen weer afgegeven. Bij meercellige organismen is een transportstelsel nodig om stoffen van en naar de cellen te vervoeren. Dit geldt zowel voor planten als dieren. In KB "Transportstromen bij planten" vind je de theorie over planten. In dit hoofdstuk gaat het om het transportstelsel van dieren en specifiek de mens.
De meeste dieren gebruiken voor het transport van stoffen een bloedvatenstelsel. Bloed vervoert behalve water, zuurstof en koolstofdioxide, ook ander stoffen zoals hormonen, zouten en antistoffen.
Bloed vervult daarnaast verschillende andere functies.
Bloed heeft verschillende functies:
1. Constant houden van inwendig milieu (homeostase)
Cellen kunnen alleen bestaan als de omstandigheden min of meer constant blijven.
|
Bloed
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Inleiding
De meeste lichaamscellen komen niet in aanraking met het externe milieu en zijn niet in staat om direct voedsel of zuurstof op te nemen.
Ze zijn dus volledig afhankelijk van lichaamsvocht (bloed, weefselvocht en lymfe) dat langs de cel stroomt.
Deze vochtstromen zorgen voor een voortdurende aanvoer van nuttige stoffen en een voortdurende afvoer van schadelijke en overbodige stoffen.
Functies van bloed...?
Bloed... ?
Alle cellen van een organisme hebben energie nodig voor het werk dat ze doen. Die energie halen ze uit de verbranding van voedingsstoffen. Alleen bij eencellige organismen komen cellen direct in contact met het milieu. Uit het milieu komen de stoffen die nodig zijn en worden andere stoffen weer afgegeven. Bij meercellige organismen is een transportstelsel nodig om stoffen van en naar de cellen te vervoeren. Dit geldt zowel voor planten als dieren. In KB "Transportstromen bij planten" vind je de theorie over planten. In dit hoofdstuk gaat het om het transportstelsel van dieren en specifiek de mens.
De meeste dieren gebruiken voor het transport van stoffen een bloedvatenstelsel. Bloed vervoert behalve water, zuurstof en koolstofdioxide, ook ander stoffen zoals hormonen, zouten en antistoffen.
Bloed vervult daarnaast verschillende andere functies.
Bloed heeft verschillende functies:
1. Constant houden van inwendig milieu (homeostase)
Cellen kunnen alleen bestaan als de omstandigheden min of meer constant blijven.
|
Bloed
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Inleiding
De meeste lichaamscellen komen niet in aanraking met het externe milieu en zijn niet in staat om direct voedsel of zuurstof op te nemen.
Ze zijn dus volledig afhankelijk van lichaamsvocht (bloed, weefselvocht en lymfe) dat langs de cel stroomt.
Deze vochtstromen zorgen voor een voortdurende aanvoer van nuttige stoffen en een voortdurende afvoer van schadelijke en overbodige stoffen.
Functies van bloed...?
Bloed... ?
Alle cellen van een organisme hebben energie nodig voor het werk dat ze doen. Die energie halen ze uit de verbranding van voedingsstoffen. Alleen bij eencellige organismen komen cellen direct in contact met het milieu. Uit het milieu komen de stoffen die nodig zijn en worden andere stoffen weer afgegeven. Bij meercellige organismen is een transportstelsel nodig om stoffen van en naar de cellen te vervoeren. Dit geldt zowel voor planten als dieren. In KB "Transportstromen bij planten" vind je de theorie over planten. In dit hoofdstuk gaat het om het transportstelsel van dieren en specifiek de mens.
De meeste dieren gebruiken voor het transport van stoffen een bloedvatenstelsel. Bloed vervoert behalve water, zuurstof en koolstofdioxide, ook ander stoffen zoals hormonen, zouten en antistoffen.
Bloed vervult daarnaast verschillende andere functies.
Bloed heeft verschillende functies:
1. Constant houden van inwendig milieu (homeostase)
Cellen kunnen alleen bestaan als de omstandigheden min of meer constant blijven.
|
Bloed en lymfe
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Samenstelling bloed
Door je lichaam stroomt ongeveer vijf liter bloed. Dat bloed bestaat uit verschillende typen bloedcellen en bloedplasma.
Het bloedplasma (55% van het bloed) bestaat uit water met daarin plasma-eiwitten en een aantal opgeloste stoffen.
De drie typen bloedcellen zijn: bloedplaatjes, witte bloedcellen en rode bloedcellen.
Plasma-eiwitten
In het bloedplasma zitten plasma-eiwitten. Deze eiwitten zijn belangrijk voor een goede bloedstolling.
Water
Het grootste deel van het bloedplasma is water.
Opgeloste stoffen
Opgeloste stoffen zijn vooral voedingsstoffen, zoals eiwitten, zouten en glucose (suiker).
Bloedplaatjes
Bloedplaatjes bevatten stoffen die ervoor zorgen dat dat het bloed buiten de bloedvaten stolt.
Rode bloedcellen
Rode bloedcellen vervoeren zuurstof en koolstofdioxide.
Bloedcellen en bloedplaatjes
Rode bloedcellen
Bloed is rood doordat er rode bloedcellen in zitten. De taak van de rode bloedcellen is het vervoeren zuurstof van de longen naar de cellen en van koolstofdioxide van de cellen naar de longen. Rode bloedcellen bevatten de rode kleurstof hemoglobine (een eiwit). Beide stoffen binden zich aan het eiwit hemoglobine. Hemoglobine bevat ijzer dat zorgt voor deze binding. Rode bloedcellen hebben geen kern. Daardoor leven ze niet zo lang.
Witte bloedcellen
Bloed bevat ook kleurloze bloedcellen. Deze zijn groter dan rode bloedcellen, maar er zijn er veel minder van.
|
Bloed en lymfe
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
C1
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Samenstelling bloed
Door je lichaam stroomt ongeveer vijf liter bloed. Dat bloed bestaat uit verschillende typen bloedcellen en bloedplasma.
Het bloedplasma (55% van het bloed) bestaat uit water met daarin plasma-eiwitten en een aantal opgeloste stoffen.
De drie typen bloedcellen zijn: bloedplaatjes, witte bloedcellen en rode bloedcellen.
Plasma-eiwitten
In het bloedplasma zitten plasma-eiwitten. Deze eiwitten zijn belangrijk voor een goede bloedstolling.
Water
Het grootste deel van het bloedplasma is water.
Opgeloste stoffen
Opgeloste stoffen zijn vooral voedingsstoffen, zoals eiwitten, zouten en glucose (suiker).
Bloedplaatjes
Bloedplaatjes bevatten stoffen die ervoor zorgen dat dat het bloed buiten de bloedvaten stolt.
Rode bloedcellen
Rode bloedcellen vervoeren zuurstof en koolstofdioxide.
Bloedcellen en bloedplaatjes
Rode bloedcellen
Bloed is rood doordat er rode bloedcellen in zitten. De taak van de rode bloedcellen is het vervoeren zuurstof van de longen naar de cellen en van koolstofdioxide van de cellen naar de longen. Rode bloedcellen bevatten de rode kleurstof hemoglobine (een eiwit). Beide stoffen binden zich aan het eiwit hemoglobine. Hemoglobine bevat ijzer dat zorgt voor deze binding. Rode bloedcellen hebben geen kern. Daardoor leven ze niet zo lang.
Witte bloedcellen
Bloed bevat ook kleurloze bloedcellen. Deze zijn groter dan rode bloedcellen, maar er zijn er veel minder van.
|
Bloed en lymfe
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Samenstelling bloed
Door je lichaam stroomt ongeveer vijf liter bloed. Dat bloed bestaat uit verschillende typen bloedcellen en bloedplasma.
Het bloedplasma (55% van het bloed) bestaat uit water met daarin plasma-eiwitten en een aantal opgeloste stoffen.
De drie typen bloedcellen zijn: bloedplaatjes, witte bloedcellen en rode bloedcellen.
Plasma-eiwitten
In het bloedplasma zitten plasma-eiwitten. Deze eiwitten zijn belangrijk voor een goede bloedstolling.
Water
Het grootste deel van het bloedplasma is water.
Opgeloste stoffen
Opgeloste stoffen zijn vooral voedingsstoffen, zoals eiwitten, zouten en glucose (suiker).
Bloedplaatjes
Bloedplaatjes bevatten stoffen die ervoor zorgen dat dat het bloed buiten de bloedvaten stolt.
Rode bloedcellen
Rode bloedcellen vervoeren zuurstof en koolstofdioxide.
Bloedcellen en bloedplaatjes
Rode bloedcellen
Bloed is rood doordat er rode bloedcellen in zitten. De taak van de rode bloedcellen is het vervoeren zuurstof van de longen naar de cellen en van koolstofdioxide van de cellen naar de longen. Rode bloedcellen bevatten de rode kleurstof hemoglobine (een eiwit). Beide stoffen binden zich aan het eiwit hemoglobine. Hemoglobine bevat ijzer dat zorgt voor deze binding. Rode bloedcellen hebben geen kern. Daardoor leven ze niet zo lang.
Witte bloedcellen
Bloed bevat ook kleurloze bloedcellen. Deze zijn groter dan rode bloedcellen, maar er zijn er veel minder van.
|
Bloedsomloop
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bloed moet voortdurend stromen om zuurstof en voedingsstoffen naar de organen te brengen.
Het bloed neemt zuurstof op in de longen, stroomt via het hart en de slagaders naar de organen en staat daar zuurstof af.
Op zijn weg terug neemt het bloed afvalstoffen mee. Vervolgens stroomt het bloed via de aders weer terug naar het hart en van daar naar de longen om opnieuw zuurstof op te nemen.
De bloedsomloop houdt alle cellen van het lichaam in leven. Bloed blijft onophoudelijk circuleren (=rondgaan). De pomp die de bloedsomloop in beweging houdt, is het hart.
Grote en kleine bloedsomloop
Vaak wordt de bloedsomloop onderverdeeld in een grote bloedsomloop en een kleine bloedsomloop.
Via de kleine bloedsomloop gaat zuurstofarm bloed van de rechterkamer van het hart naar de longen en komt zuurstofrijk bloed naar de linkerboezem terug.
Omdat de longen dicht bij je hart liggen, heet dit de kleine bloedsomloop.
Via de grote bloedsomloop gaat zuurstofrijk bloed van de linkerkamer van het hart naar het lichaam en komt zuurstofarm bloed in de rechterboezem terug.
Slagaders, aders en haarvaten
Bloed wordt door het lichaam vervoert door slagaders, aders en haarvaten.
Slagaders vervoeren bloed van het hart af. De wand van de slagaders is gespierd. Het bloed in slagaders staat onder een flinke druk. Een beschadiging van een slagader is daardoor ook gevaarlijk.
|
Bloedsomloop
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bloed moet voortdurend stromen om zuurstof en voedingsstoffen naar de organen te brengen.
Het bloed neemt zuurstof op in de longen, stroomt via het hart en de slagaders naar de organen en staat daar zuurstof af.
Op zijn weg terug neemt het bloed afvalstoffen mee. Vervolgens stroomt het bloed via de aders weer terug naar het hart en van daar naar de longen om opnieuw zuurstof op te nemen.
De bloedsomloop houdt alle cellen van het lichaam in leven. Bloed blijft onophoudelijk circuleren (=rondgaan). De pomp die de bloedsomloop in beweging houdt, is het hart.
Grote en kleine bloedsomloop
Vaak wordt de bloedsomloop onderverdeeld in een grote bloedsomloop en een kleine bloedsomloop.
Via de kleine bloedsomloop gaat zuurstofarm bloed van de rechterkamer van het hart naar de longen en komt zuurstofrijk bloed naar de linkerboezem terug.
Omdat de longen dicht bij je hart liggen, heet dit de kleine bloedsomloop.
Via de grote bloedsomloop gaat zuurstofrijk bloed van de linkerkamer van het hart naar het lichaam en komt zuurstofarm bloed in de rechterboezem terug.
Slagaders, aders en haarvaten
Bloed wordt door het lichaam vervoert door slagaders, aders en haarvaten.
Slagaders vervoeren bloed van het hart af. De wand van de slagaders is gespierd. Het bloed in slagaders staat onder een flinke druk. Een beschadiging van een slagader is daardoor ook gevaarlijk.
|
Bloedsomloop
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B1+
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Bloed moet voortdurend stromen om zuurstof en voedingsstoffen naar de organen te brengen.
Het bloed neemt zuurstof op in de longen, stroomt via het hart en de slagaders naar de organen en staat daar zuurstof af.
Op zijn weg terug neemt het bloed afvalstoffen mee. Vervolgens stroomt het bloed via de aders weer terug naar het hart en van daar naar de longen om opnieuw zuurstof op te nemen.
De bloedsomloop houdt alle cellen van het lichaam in leven. Bloed blijft onophoudelijk circuleren (=rondgaan). De pomp die de bloedsomloop in beweging houdt, is het hart.
Grote en kleine bloedsomloop
Vaak wordt de bloedsomloop onderverdeeld in een grote bloedsomloop en een kleine bloedsomloop.
Via de kleine bloedsomloop gaat zuurstofarm bloed van de rechterkamer van het hart naar de longen en komt zuurstofrijk bloed naar de linkerboezem terug.
Omdat de longen dicht bij je hart liggen, heet dit de kleine bloedsomloop.
Via de grote bloedsomloop gaat zuurstofrijk bloed van de linkerkamer van het hart naar het lichaam en komt zuurstofarm bloed in de rechterboezem terug.
Slagaders, aders en haarvaten
Bloed wordt door het lichaam vervoert door slagaders, aders en haarvaten.
Slagaders vervoeren bloed van het hart af. De wand van de slagaders is gespierd. Het bloed in slagaders staat onder een flinke druk. Een beschadiging van een slagader is daardoor ook gevaarlijk.
|
Bloemen voor de boze heks
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Vroeg in de morgen wandelden de haas en de egel
door het bos.
‘Wat staat alles er mooi bij,’ zei de haas tevreden.
‘We wonen toch maar in een goed bos.’
‘Jammer dat er ook een heks in woont,’ gaapte de
egel.
‘De heks valt best mee. Ze is soms wat lastig,
maar…’
De egel bleef staan. ‘Daar is ze! Laten we terug -
gaan.’
‘Waarom?’
‘Het is nog te vroeg om een heks tegen te komen,’
legde de egel uit. ‘Daar moet ik goed wakker voor
zijn.’
‘Ze komt helemaal niet hierheen,’ zei de haas. ‘Ze
loopt weer terug.’
‘Daar heb je haar weer,’ zei de egel. ‘Ze komt wel
hierheen.’
‘Nu draait ze weer om,’ zei de haas. ‘Wat gek. Ze
loopt steeds heen en weer tussen dat hoge gras. Zou
ze iets zoeken?’
‘Dat gras…’ zei de egel. ‘Dat heb ik daar nog nooit
gezien.’
‘Nu je het zegt, ík ook niet. Misschien is het net opgekomen.’
‘Het is raar gras,’ zei de egel.
|
Bloemen voor de boze heks
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Vroeg in de morgen wandelden de haas en de egel
door het bos.
‘Wat staat alles er mooi bij,’ zei de haas tevreden.
‘We wonen toch maar in een goed bos.’
‘Jammer dat er ook een heks in woont,’ gaapte de
egel.
‘De heks valt best mee. Ze is soms wat lastig,
maar…’
De egel bleef staan. ‘Daar is ze! Laten we terug -
gaan.’
‘Waarom?’
‘Het is nog te vroeg om een heks tegen te komen,’
legde de egel uit. ‘Daar moet ik goed wakker voor
zijn.’
‘Ze komt helemaal niet hierheen,’ zei de haas. ‘Ze
loopt weer terug.’
‘Daar heb je haar weer,’ zei de egel. ‘Ze komt wel
hierheen.’
‘Nu draait ze weer om,’ zei de haas. ‘Wat gek. Ze
loopt steeds heen en weer tussen dat hoge gras. Zou
ze iets zoeken?’
‘Dat gras…’ zei de egel. ‘Dat heb ik daar nog nooit
gezien.’
‘Nu je het zegt, ík ook niet. Misschien is het net opgekomen.’
‘Het is raar gras,’ zei de egel.
|
Bloemen voor de boze heks
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
A2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Vroeg in de morgen wandelden de haas en de egel
door het bos.
‘Wat staat alles er mooi bij,’ zei de haas tevreden.
‘We wonen toch maar in een goed bos.’
‘Jammer dat er ook een heks in woont,’ gaapte de
egel.
‘De heks valt best mee. Ze is soms wat lastig,
maar…’
De egel bleef staan. ‘Daar is ze! Laten we terug -
gaan.’
‘Waarom?’
‘Het is nog te vroeg om een heks tegen te komen,’
legde de egel uit. ‘Daar moet ik goed wakker voor
zijn.’
‘Ze komt helemaal niet hierheen,’ zei de haas. ‘Ze
loopt weer terug.’
‘Daar heb je haar weer,’ zei de egel. ‘Ze komt wel
hierheen.’
‘Nu draait ze weer om,’ zei de haas. ‘Wat gek. Ze
loopt steeds heen en weer tussen dat hoge gras. Zou
ze iets zoeken?’
‘Dat gras…’ zei de egel. ‘Dat heb ik daar nog nooit
gezien.’
‘Nu je het zegt, ík ook niet. Misschien is het net opgekomen.’
‘Het is raar gras,’ zei de egel.
|
Bloemkoolwijk
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Fwd: foutje
Beste Tracy,
Sommige misverstanden gaan een eigen leven leiden en worden onuitroeibaar. Nu weer in ‘Het recht van de snelste’ en in jouw recensie van dat lezenswaardige boek.
De tekening die ten onrechte aan Niek de Boer wordt toegeschreven komt uit een boekje van Walter Schwagenscheidt uit 1957: ‘Ein Mensch wandert durch die Stadt’.
Evenmin had Niek iets met zogenaamde bloemkoolwijken te maken. Wel met woonerven maar dan in de originele vorm zoals ze in Angelslo en Emmerhout zijn gemaakt in de jaren 60.
Dan weet je dat.
Hartelijke groet,
Matthijs de Boer
Dit mailtje stuurde journalist Tracy Metz in juli naar mij door. Zij had ons boek Het recht van de snelste
gerecenseerd in NRC Handelsblad en in die recensie een plaatje overgenomen van een bloemkoolwijk, met daarbij het bijschrift dat die tekening van de hand was van de Nederlandse stedenbouwkundige Niek de Boer.
Bijna tegelijkertijd kwam er een mailtje van Matthijs de Boer binnen bij onze uitgeverij vanwege een tweede recensie, op architectenplatform Archined,
met (aanvankelijk) ook de illustratie van een bloemkoolwijk en een verwijzing naar Niek de Boer.
De uitgever mailde me dat Matthijs de kleinzoon was van Niek de Boer. Dus ik mailde Matthijs, met excuses en de opmerking dat ik het mooi vond dat hij als stedenbouwkundige zo goed voor de nalatenschap van zijn grootvader zorgde!
|
Bloemkoolwijk
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Fwd: foutje
Beste Tracy,
Sommige misverstanden gaan een eigen leven leiden en worden onuitroeibaar. Nu weer in ‘Het recht van de snelste’ en in jouw recensie van dat lezenswaardige boek.
De tekening die ten onrechte aan Niek de Boer wordt toegeschreven komt uit een boekje van Walter Schwagenscheidt uit 1957: ‘Ein Mensch wandert durch die Stadt’.
Evenmin had Niek iets met zogenaamde bloemkoolwijken te maken. Wel met woonerven maar dan in de originele vorm zoals ze in Angelslo en Emmerhout zijn gemaakt in de jaren 60.
Dan weet je dat.
Hartelijke groet,
Matthijs de Boer
Dit mailtje stuurde journalist Tracy Metz in juli naar mij door. Zij had ons boek Het recht van de snelste
gerecenseerd in NRC Handelsblad en in die recensie een plaatje overgenomen van een bloemkoolwijk, met daarbij het bijschrift dat die tekening van de hand was van de Nederlandse stedenbouwkundige Niek de Boer.
Bijna tegelijkertijd kwam er een mailtje van Matthijs de Boer binnen bij onze uitgeverij vanwege een tweede recensie, op architectenplatform Archined,
met (aanvankelijk) ook de illustratie van een bloemkoolwijk en een verwijzing naar Niek de Boer.
De uitgever mailde me dat Matthijs de kleinzoon was van Niek de Boer. Dus ik mailde Matthijs, met excuses en de opmerking dat ik het mooi vond dat hij als stedenbouwkundige zo goed voor de nalatenschap van zijn grootvader zorgde!
|
Bloemkoolwijk
|
nl
|
elg-cefr-nl
|
document-level
|
reference
|
B2
|
CC BY-NC-SA 4.0
|
Fwd: foutje
Beste Tracy,
Sommige misverstanden gaan een eigen leven leiden en worden onuitroeibaar. Nu weer in ‘Het recht van de snelste’ en in jouw recensie van dat lezenswaardige boek.
De tekening die ten onrechte aan Niek de Boer wordt toegeschreven komt uit een boekje van Walter Schwagenscheidt uit 1957: ‘Ein Mensch wandert durch die Stadt’.
Evenmin had Niek iets met zogenaamde bloemkoolwijken te maken. Wel met woonerven maar dan in de originele vorm zoals ze in Angelslo en Emmerhout zijn gemaakt in de jaren 60.
Dan weet je dat.
Hartelijke groet,
Matthijs de Boer
Dit mailtje stuurde journalist Tracy Metz in juli naar mij door. Zij had ons boek Het recht van de snelste
gerecenseerd in NRC Handelsblad en in die recensie een plaatje overgenomen van een bloemkoolwijk, met daarbij het bijschrift dat die tekening van de hand was van de Nederlandse stedenbouwkundige Niek de Boer.
Bijna tegelijkertijd kwam er een mailtje van Matthijs de Boer binnen bij onze uitgeverij vanwege een tweede recensie, op architectenplatform Archined,
met (aanvankelijk) ook de illustratie van een bloemkoolwijk en een verwijzing naar Niek de Boer.
De uitgever mailde me dat Matthijs de kleinzoon was van Niek de Boer. Dus ik mailde Matthijs, met excuses en de opmerking dat ik het mooi vond dat hij als stedenbouwkundige zo goed voor de nalatenschap van zijn grootvader zorgde!
|
Subsets and Splits
No community queries yet
The top public SQL queries from the community will appear here once available.